(Leestijd: 10 - 20 minuten)

Reisverslag Bhutan 2008

Naar Paro, het Paro-festival en Tiger's Nest

We vliegen van Amsterdam naar Delhi waar we overnachten. ’s Morgens vroeg vertrekken we alweer naar het vliegveld voor een vlucht naar Bogdagra waarna we nog enkele uren door Noord India rijden. In het donker bereiken we de grens van Bhutan.Poort bij Phuentsholing Jammer, want daardoor zien we de mooie poort die de grens markeert niet.
Maar we zijn wel echt in Bhutan: het is er schoon en rustig en dat is een groot contrast met India, dat heel erg druk en vreselijk smerig is.
Paro is de grensplaats en de volgende morgen vroeg maak ik een wandeling om de eerste indrukken van Bhutan op te doen: vriendelijk en een stuk meer geordend dan het buurland India. Ik loop onbewust door de poort om zo weer in India te belanden. Aangezien mijn paspoort nog bij de reisleider is wandel ik maar snel terug naar Bhutan. De grenscontrole maakt er geen probleem van en zegt me vriendelijk gedag.
Na het ontbijt vertrekken we met een spiksplinternieuwe bus naar Paro, een rit die ongeveer 8 uur zal duren. De Highway is een geasfalteerde weg, die niet veel breder is dan de bus. Als er tegenliggers komen moet er worden uitgeweken. Gelukkig zijn er voldoende uitwijkplaatsen en is er niet veel verkeer. Dat zal op de hele reis niet anders worden.
Tijdelijke bioscoop in ParoOnderweg naar Paro hebben we nog wel enig oponthoud omdat men de weg op sommige plaatsen aan het verbreden is.
Via een prachtige route komen we in Paro. Op de kaart staat dit aangegeven als een stad, maar eigenlijk is het een groot dorp met ongeveer 15.000 inwoners. Het is wel even wennen aan de honden. Er zijn heel erg veel; niet agressief, maar ze blaffen wel de hele nacht door!!
Het uitgaansleven van Paro beperkt zich tot wat barretjes, waar we Bhutanees bier drinken: 'Druk11000' of 'Red Panda'. Er is één officiële bioscoop, maar vanwege het festival worden er bars en huizen ingericht tot bioscoop waar op de muur een Indiase film wordt vertoond. Er is zelfs een tijdelijke bioscoop met drie ‘zalen’: het gebouw is nog in aanbouw en de zalen worden afgeschermd met plastic doeken.
In Paro is het jaarlijkse festival waarvan we een dag mee kunnen maken. Dit festival duurt vijf dagen en op de laatste dag wordt de tangka – een groot Boeddhistisch beschilderd doek – uitgerold. Dat maken we dus niet mee, maar een dag meebeleven op zo'n festival is indrukwekkend en geeft een goede indruk hoe Bhutanezen zoiets beleven.
Tiger's Nest tegen de berg aangeplaktDe tweede dag in Paro betekent klimmen! We maken een wandeling naar Tiger’s Nest. Dit Taktsang Klooster is gebouwd op de plek waar Guru Rimpoche, de man die het boeddhisme naar Bhutan bracht, met een tijger naar toe is gevlogen. Het klooster ligt tegen een berg aangeplakt op een hoogte van 900 meter boven de vallei van Paro. De klim gaat steil omhoog en we zijn niet de enigen die ons hier aan wagen. Een bezoek aan dit klooster is een ware must voor de Bhutanreiziger. De beloning aan het eind van de klim is grandioos: een mooi klooster, dat merkwaardig tegen de berg is gebouwd en van hieruit heb je een prachtig uitzicht over de vallei.
Na de lunch bezoeken we het Nationaal Museum, dat zich in een oude wachttoren bevindt. Niet alleen de collectie is de moeite van het bekijken waard, maar het gebouw zelf is ook fantastisch om te zien. Met dit museum besluiten we ons bezoek aan Paro en rijden we naar de hoofdstad Thimphu.

Thimphu, de hoofdstad

’s Avonds wandel ik met nog een paar groepsleden door deze stad, die echter al vrij vroeg een uitgestorven indruk maakt. In de Benez bar nemen we nog een afzakkertje. De barman spreekt Nederlands omdat hij een tijdje in Nederland heeft gewoond,
De volgende morgen bezoeken we een tentoonstelling, met demonstraties van de 13 ambachten. Er is boogschieten, de nationale sport in Bhutan. Later worden er ook volksdansen uitgevoerd.
Een team op verkiezingscampagne in Thimphu’s Middags is een ‘vrije middag’ en bezoek ik het Thaise Paviljoen en loop een beetje door de stad om de sfeer te proeven en foto’s te maken. Op mijn tocht ontmoet ik Ugyen Tshering, de kandidaat voor Noord Thimphu van de partij Druk Phuensum Tshogpa. Hij is met een groep campagne aan het voeren voor de allereerste nationale verkiezingen die in Bhutan gehouden worden op 24 maart aanstaande. Hij vindt het niet belangrijk dat er op zijn partij wordt gestemd, àls er maar gestemd wordt. Ik schud met het hele team de hand en wens ze veel succes bij de verkiezingen.
Het VAST (Voluntary Artist Studio Thimphu), waar lokale artiesten hun talenten kunnen ontplooien, bezoek ik hierna. Er is een aardige tentoonstelling met werk van die kunstenaars.
Aan het eind van de middag gaan we met de groep naar de dzong, het gebouw waar de overheidsdiensten zich bevinden en ook tempels en monniken zijn.
Na het avondeten in een Indiaas restaurant gaan we nog met een groepje ‘stappen’ en komen in een barretje waar de lokale gasten weglopen als wij binnenkomen en waar we nieuwe gasten tegenhouden door onze aanwezigheid (we vullen met ons zessen bijna de gehele bar!!). Dus geen goede situatie om met de Bhutanezen in contact te komen

Op weg naar Punakha

108 stoepa's op de pasOp dag 7 rijden we via de Dochu La, een pas op 3140 m naar Punakha. De pas heeft een monument met 108 stoepa's, die hier een paar jaar terug zijn neergezet ter nagedachtenis aan de Bhutanese slachtoffers die vielen bij het verdrijven naar India van opstandelingen uit Assam.
We bezoeken ook de Chimi Lakhang, een tempel waar kinderloze vrouwen komen en – na een offer van wijn – naar huis terugkeren in de hoop daarna kinderen te kunnen krijgen. Hoe het zit met mannen die geen kinderen kunnen verwekken vertelt het verhaal niet. Blijkbaar komt dit in Bhutan niet voor (?), gezien de vele afbeeldingen van penissen op huizen als symbool van de vruchtbaarheid.

punakhadzongDe dzong van Punakha ligt op een prachtig punt: daar waar twee rivieren – de moeder en de vader – bij elkaar komen. Het gebouw zelf is ook prachtig en is de mooiste dzong van Bhutan. Omdat er nog een gebedsdienst is bezoeken we eerst twee kleine tempels op de 4e verdieping om daarna in de grote zaal de grote beelden van Boeddha, Guru Rimpoche en de Zhabdrung (de stichter van Bhutan) te bekijken. Op de muur staat in mooie schilderingen het leven van Boeddha uitgebeeld.
Na de overnachting in Punakha rijden we verder naar Trongsa.

We stoppen in het dorp Wangdue Phodrang met kleine straatjes, kleine winkeltjes, een klein marktje, kortom een kleine stop om het dagelijkse leven van de Bhutanezen wat op te snuiven.
chendebjichortenOp de Pele La, een pas op 3420 meter hoogte, stoppen we natuurlijk ook. Zoals gebruikelijk op dit soort punten staat en hangt het hier vol met gebedsvlaggen.
Een volgende tussenstop wordt gemaakt bij de Chendebji Chorten, een stoepa in Nepalese stijl. Ernaast staat een stoepa in Bhutanese stijl en een ‘muurstoepa’ in de stijl van Ladakh. Hier lopen verschillende mensen een kora om deze drie stoepa’s. Voor mijn eigen karma loop ik ook een keer mee.
Nadat we ‘s middags in Trongsa in het Norling Hotel hebben ingecheckt wandelen we naar de dzong om deze te bezoeken.
’s Avonds krijgen we van onze reisbegeleider Pieter een briefing voor de komende zes dagen als we de trek gaan maken.

Trekking door Nabji Korphu

We gaan met de bus naar Tongtongfey waar we worden gedropt. Na de lunch gaan we op stap: de eerste wandeling van de Nabji Trail. Na twee uur stijgen en dalen door verschillende soorten bos zijn we in Jangbi, de eerste pleisterplaats. Onderweg zien we gouden langoeren en veel vogels.
Door een rivier op de Nabji TrailNa het avondeten komen er een paar vrouwen uit het dorp Bhutanese dansen uitvoeren, waarna iedereen onder zeil gaat in de ruime tenten.
De volgende morgen ben ik om zes uur al op en geniet van de stilte, want diedereen slaapt nog. Baden doe ik onder een kraantje en daarna staat de koffie al klaar! Na een lekker ontbijt vertrekken we naar een dorpje waar een stemlokaal is ingericht. Tenslotte is het vandaag verkiezingsdag! Tot vandaag heeft Bhutan nog nooit verkiezingen gehouden, maar de huidige koning wil meer democratiseren.
De mensen komen van heinde en verre om te mogen stemmen en voor het lokaal staat dan ook een lange rij. Degenen die gestemd hebben krijgen een button waarop staat dat ze gestemd hebben.
Rataplan, de hond die mij vergezelde tijdens de Nabji TrailWe vragen of we een kijkje mogen nemen in het stemlokaal, maar dat kan niet. Tijdens het wachten op die beslissing zitten een aantal honden ons met een meewarige blik aan te kijken. Eentje die vlakbij me zit staart me aan. Ik kan het niet laten om hem over de bol te aaien en dat heeft grote gevolgen. Vijf dagen loopt ze daarna met me mee!!!
Harry, een reisgenoot, doopt de hond "Rataplan" naar de gelijknamige hond uit Lucky Luke.

De tocht vandaag is een vrij zware met 700 meter stijgen en 500 meter dalen. Het is een mooie tocht die eindigt in Kuda. Hier kunnen we uitzakken en de vermoeidheid van ons af laten glijden onder het genot van koffie en thee. Onderweg zagen we weer goudgekleurde langoeren. De dag wordt ontspannen afgesloten met een potje scrabble.
Ook de volgende dag ben ik weer als eerste uit de tent en na het baden en de koffie krijgen we ontbijt met patat!! en worstjes!! Aangezien er ook vegetariërs in de groep zijn blijven er worstjes over en daar weet Rataplan wel raad mee. Trouwens, die eet alles en krijgt ook genoeg eten van de keukenploeg.
Om 8.30 vertrekken we voor de wandeling naar Nabji. Ook nu is het weer veel stijgen en dalen, en aan het eind van de dag zijn we 500 meter lager. Vandaag verschillende neushoornvogels en andere vogels gezien en ook weer langoeren.
In Nabji worden we welkom geheten door de kinderen van het dorp. Op de campsite ikan je een lekker heet bad nemen: in een houten kuip worden hete stenen gelegd die het water verwarmen. Gevolg is dat het water steeds heter wordt in plaats van kouder. In totaal kunnen er vijf mensen om de beurt een bad nemen. Ik ga als laatste. Het duurt allemaal even: stenen moeten goed heet gemaakt worden op een houtvuur, en na ieder bad moet het water weer vervangen worden. Het is een heerlijke ervaring al moet je uitkijken dat je de hete stenen niet raakt in het krappe bad. Je voelt de vermoeidheid uit je lichaam trekken.
Volksdansen in BhutanNa het eten komen er vijf dames spontaan voor ons hun Bhutanese dansen doen. De meeste groepsleden zijn te moe om het nog te volgen, maar een paar hebben nog energie genoeg om af en toe eens mee te dansen.
De volgende morgen vertrekken we naar een lagere school in de buurt. De meeste leerkrachten zijn nog afwezig vanwege de verkiezingen; ze moesten in hun eigen district stemmen. De Bhutanese kinderen lijken me echter zeer gedisciplineerd om zonder leerkracht hun werk te doen.
De wandeling daarna gaat steil omhoog naar Korphu, een dorpje dat je vanuit Nabji in de hoogte kunt zien liggen. In de tempel maken we een ritueel mee voor een ziek kind en zien hoe zelfs de kleinsten precies weten wat ze in zo’n ceremonie moeten doen.
Op de terugweg naar Nabji bezoeken we nog een BHC (Basic Health Center), een soort polikliniek voor de omgeving.
’s Middags lopen we naar Nabji en krijgen thee in het woonhuis van de zuster van de hulpkok. Zodat we een aardige indruk hoe men hier een huis inricht. Ook mogen we proeven van de zelfgestookte arra, een vrij pittig alcoholhoudend drankje.
De plaatselijke tempel is zeer oud en bevat een steen waar in de 8e eeuw de vrede werd getekend tussen de Indiase koning Nauche en koning Sindu uit Bhutan. Deze vrede was tot stand gekomen onder leiding van Guru Rimpoche. Op de steen staan de handafdrukken van de drie betrokkenen.
Campingplaats tijdens de Nabji TrailNadat ik de volgende morgen weer vrolijk begroet ben door Rataplan, is het weer poedelen onder een kraantje, koffie en ontbijt. Vandaag zijn we zes uur onderweg naar Nimshong. Dit is een vrij ‘vlakke’ wandeling waardoor je meer van de omgeving kunt zien. Je hoeft tenslotte niet steeds op te letten waar je loopt. Het is een prachtige wandeling door regenwoud en aan het eind van de tocht zie je het dorp recht vooruit liggen tegen een berg op. Dat je er komt via een steile afdaling en een nog steilere beklimming is op dat moment nog niet te zien en is de verrassing aan het eind van de wandeling. Maar uiteindelijk komt iedereen hijgend boven en zitten we hoger dan het dorp met een prachtig uitzicht.
’s Avonds nemen we hier afscheid van de keukenploeg, die iedere dag prima maaltijden heeft gemaakt en er ook steeds weer voor zorgde dat er koffie en thee was. Zelfs in de vroege uurtjes!! Ook verzorgden ze dagelijks een lunch tijdens de wandeling. De ploeg vertrekt morgenochtend al vroeg naar een nieuwe klus.
Hierna komen er vrouwen uit het dorp hun dansen doen en ook het hele dorp komt kijken. Om 22.00 uur is de tashi lebbe (de laatste dans) en hoewel de meesten van de groep al naar bed zijn, wordt dit een vrolijk geheel, omdat niet alleen de laatste drie wakker gebleven reizigers mee dansen, maar ook de hele keukenploeg en andere aanwezigen. Een mooi slot van een gezellige avond.
Op de laatste dag van de trekking sta ik ook weer vroeg op. Rataplan rent naar me toe en springt vrolijk tegen me op. Ze weet nog niet dat het de laatste dag is........ De keukenjongen heeft alweer koffie, dus de dag begint goed.
Na het ontbijt bezoeken we de school naast de campsite en maken het ochtendritueel mee: schoonmaken van het terrein, vlag hijsen, gebed, praatje van de onderwijzer en zingen van het volkslied. Daarna gaan de kinderen keurig op rij de school in!!
Dan is het tijd voor de laatste wandeling van de trail: 700 meter naar beneden en 300 meter naar boven. Het is heet en vooral de laatste klim moeten we doen in een brandende zon, die het er niet makkelijker op maakt. Maar uiteindelijk is iedereen bij de weg waar de bus klaar staat. Er wordt nog een groepsfoto gemaakt met Rataplan, die inmiddels alweer eten heeft gekregen van de plaatselijke bewoners. Daardoor gaat het afscheid nemen een stuk makkelijker. Gelukkig geen rennende hond achter de bus aan. Volgens ‘ingewijden’ loopt zij waarschijnlijk gewoon weer terug naar de plek waar ze met ons begonnen is.
Een mooi einde van de zes dagen trek.

Einde van de Nabji Trail

Naar het oosten: Thrashigang en Trashi Yangtse

Op weg naar het nonnenklooster bij TrongsaOnderweg naar Trongsa bezoeken we nog een nonnenklooster waar we zeer vriendelijk en gastvrij onthaald worden met thee en koekjes. Het is wel weer een klim naar boven, maar het is een leuk bezoek en minder strak dan de keren dat we in tempels met monniken geweest zijn. We mogen zelfs een gebedsdienst meemaken. Na een donatie kijken we nog een beetje rond om daarna verder te rijden naar Trongsa waar we lekker kunnen douchen om de vermoeidheid van de afgelopen zes dagen van ons af te wassen.
Op dag 15 rijden we via veel s-bochten en de Yotung La – een pas op 3420 meter hoogte – naar Jakar in de Bhumtangvallei. Het is een tocht door een gebied met veel landbouwgrond en daardoor een groot contrast met de afgelopen zes dagen.
In Jakar verblijven we in het Mipham Guesthouse en maken ’s middags een excursie naar verschillende tempels. Eerst bezoeken we de dzong, die hier niet zo groot is. Vervolgens gaan we naar de Jampey Lakhang, een tempel waar voornamelijk oude vrouwtjes de kora lopen. Een derde tempel is de Kurjey Lakhang, waar een afdruk van het lichaam van Guru Rimpoche is te zien. Dit was de eerste plek waar hij in Bhutan kwam.
Jakar zelf is ook weer een kleine ‘stad’, die in vrij korte tijd helemaal te bekijken is. Doordat deze stad weer 400 meter hoger is dan Trongsa, is het hier ook weer kouder. De kamers in het guesthouse kunnen verwarmd worden met houtkachels.
Straat in JakarDe tweede dag in de Bhumtang vallei staat er weer een wandeling op het programma. We rijden eerst naar een zijdal en lopen een paar uur langs een rivier om na de lunch deze aan de andere kant weer terug te volgen.
’s Avonds bezoeken we een gebedsdienst in het klooster dat naast het guesthouse ligt. De monniken zijn hier in allerlei leeftijdscategorieën en met name de jongsten zitten een beetje te dollen met elkaar tot ze tot de orde geroepen worden door een oudere monnik. Het is een levendig geheel en goed om even rust te nemen bij dit ritueel.
De volgende dag reizen we naar Mongar. Het is weer een lange en spectaculaire rit door de bergen met naaldwouden, loofwoud, bouwland en kale stenen. Het blijft genieten van het landschap, ook al omdat er in dit voorjaar steeds meer bomen en bloemen gaan bloeien. Helaas is het te vroeg om het rhododendronpark te bezoeken, al zien we in heel Bhutan wel rhododendrons in bloei staan.

Stadsbeeld in MongarWe passeren de Trumshing La op 3750 meter de hoogste pas in Bhutan waar een autoweg overheen gaat. Hier hangen we onze gebedsvlaggen op zodat we als groep iets nalaten aan dit land en daarnaast is het ook nog goed voor ons karma. In de verte zien we weer besneeuwde toppen van de hogere bergen in de Himalaya.
Mongar is een vrij nieuwe stad en de planning is dat dit de ‘hoofdstad’ van Oost Bhutan gaat worden. Er is meer ‘stadssfeer’ en de meeste gebouwen hebben 4 verdiepingen. Het uitzicht vanaf het Druk Yul Guesthouse, waar we overnachten, is prachtig.

De volgende morgen regent het hard. Eén van de weinige keren op deze reis. Het dal is helemaal dichtgetrokken en van het uitzicht van gister is niets meer over. We vertrekken om 8.30 uur en naarmate we hoger stijgen verdwijnt Mongar beneden ons in de wolken.
’s Middag komen we in Trashigang, een klein stadje aan een rivier. Ook hier is weer geen enkele straat op hetzelfde niveau, dus het is weer klimmen en dalen. We bezoeken de dzong, die op dit moment gerestaureerd wordt en daarna bekijk ik het stadje, klets met de kinderen die net van school komen en geniet vanaf het terras van het guesthouse van een lekker biertje en een mooi uitzicht op de vallei en de dzong.
Dag 19 van de reis behelst een bezoek aan Trashi Yangtse ten noorden van Trashigang. Als we de Gom Kora willen bezoeken, horen we dat de Je Kenpo, het hoofd van de boeddhistische orde, vandaag op bezoek komt. We kunnen de tempel dus niet bezoeken en rijden door naar Duksum, een spookstad. Alleen aan het begin zijn wat mensen te vinden, de straat daarachter is volkomen uitgestorven en alles is gesloten en verlaten.
Plein in TrashigangOns einddoel is de Chorten Kora in Trashi Yangtse. Dit is een kleine kopie van de beroemde stoepa in Kathmandu in Nepal. Hier lopen veel oude mensen de kora. Ook hier is alles versierd voor de komst van de Je Kenpo en de schoolkinderen staan bij de ingang van het dorp al op de uitkijk. Ze zwaaien ons vrolijk uit als wij het dorp weer verlaten.
Gom Kora in Trashi YangtseOp de terugweg komen we de stoet auto’s tegen waarin de Je Kenpo zich bevindt (geen foto’s!!) en bezoeken we alsnog de Gom Kora. Deze tempel is gebouwd op de plaats waar zich een rots/grot bevindt waar Guru Rimpoche gemediteerd zou hebben. De tempel bevat een aantal relikwieën: een hoef van het paard van Rimpoche. een ei van de garuda, de penis van Pema Lingpa, enz. Allemaal in steen en je moet het er wel in willen zien.
De volgende dag gaan we naar Rangjung en bezoeken daar het Woesel Choling Klooster van de Nyingma richting. Dit klooster stamt uit 1982 en wordt zeer goed onderhouden. Vanaf dit klooster heb je een mooi uitzicht op het dorpje Rangjung, dat er zeer merkwaardig uitziet: het lijkt wel of hier een projectontwikkelaar aan de gang is geweest en ook al de uitbreiding van het dorp in het stratenplan heeft meegenomen. Erg on-Bhutaans.
Een wandeling in de omgeving voert ons door het ‘landelijke Bhutan’. Overal zijn boeren op het veld bezig. Er wordt vriendelijk naar ons gezwaaid en we mogen bij een boer kijken naar het ploegen.
Een geplande middagwandeling wordt afgezegd vanwege de warmte en ook omdat bij iedereen de vermoeidheid een behoorlijke rol gaat spelen. Dus de rest van de middag is het relaxen in Trashigang en op het terras van het guesthouse.

Afscheid in Samdrup Jongkhar

De laatste rit door Bhutan is vrij lang naar Samdrup Jongkhar aan de grens met India. Het regent eerst, maar het klaart gelukkig op, zodat we tijdens onze laatste rit nog flink kunnen genieten van de mooie omgeving.
School voor blinden en slechtzienden in BhutanBij een tussenstop in Khaling bezoeken we het National Institute for the Disabled. Hier zitten 51 kinderen intern uit heel Bhutan. Ze doorlopen de school vanaf kleuteronderwijs tot en met de 6e klas. Daarna kunnen ze meedoen in het regulier onderwijs op scholen in de omgeving. Alle kinderen zijn blind of slechtziend en men gebruikt het Engelse brailleschrift, omdat het Dzongka-braille nog in ontwikkeling is. We geven een bijdrage voor de nieuwbouw van de school.
Onderweg zien we nog een prachtige vlucht van een neushoornvogel als een soort afscheid van Bhutan. We krijgen nogmaals de gelegenheid om een stuk te lopen en te genieten van de vele vogelgeluiden in de vallei.
Aan het eind van de middag zijn we dan in Samdrup Jongkar, een oninteressante grensplaats, waar duidelijk de invloed van India te merken is. De winkels zien er heel anders uit en de mensen hier komen voornamelijk uit India.
’s Avonds nemen we bij het diner afscheid van Lal, de chauffeur, en Namgay, onze Bhutanese gids.
De volgende dag staat het vertrek om 8 uur gepland, maar door acties in Assam, India kunnen de chauffeurs die ons moeten halen ons niet bereiken. Pas aan het eind van de middag wordt de wegblokkade opgeheven en om 17 uur zijn ze in Bhutan. De hele dag de tijd gedood met af en toe eens wandelen, lezen en kijken naar het asfalteren van de weg, die voor het hotel loopt. Hoewel er een wals wordt gebruikt is het bijna allemaal handwerk wat er gedaan wordt.
Aan de grens met India worden we allemaal keurig ingeschreven in een dik boek en via een soort ‘dodenrit’ in het donker met veel getoeter en geknipper met lichten rijden we naar Guwahati voor onze overnachting in Hotel Bellevue.
Tijdens onze laatste gezamenlijke diner bedanken we Pieter, onze reisleider, voor al zijn informatie en inspanningen.
De laatste dag is vrij in Guwahati, een smerige Indiase stad waar weinig te beleven valt op een vroege zondagmorgen. We vertrekken aan het eind van de middag en vliegen met vertraging naar Delhi. Met drang- en vliegwerk komen we van het ene vliegveld op het andere en halen hijgend onze aansluiting naar Amsterdam.
Daarmee kwam een einde aan een bijzondere reis in een mooi, vriendelijk en zeer bijzonder land: Bhutan.

Reisleiders en chauffeur in Bhutan

Onder leiding van dit trio gingen we op weg: Namgay, de Bhutanese gids; Pieter, de Nederlandse reisleider en Lal, de chauffeur.