(Leestijd: 14 - 28 minuten)

Myanmar: rondreis door een mooi land

We beginnen in Yangon en de Shwedagon pagode

De groepsreis naar Myanmar wordt georganiseerd door Sawadee en heeft 18 deelnemers. Het volledige reisschema is hier te vinden.
Met een overstap in Singapore zijn we zo'n 18 uur onderweg. In Yangon logeren we in het Pho Sein Hotel, dat in de buurt van het Koninklijk Meer ligt. De eerste middag gebruik ik dan ook om samen met mijn kamergenoot Barry de omgeving te verkennen. Bij het meer staat een standbeeld van Aung San, de in 1948 vermoorde politicus, die nog steeds een begrip is voor de bevolking. Het Aung San Museum staat in de buurt. Tot voor kort was dit slechts één dag per jaar open, maar nu kun je er elke dag heen. Een teken, dat de dictatuur van de generaals meer soepelheid laat zien. Hier heeft de familie destijds gewoond.
In de buurt zijn verschillende pagodes en daardoor is de eerste kennismaking met het “Land van de pagodes” een feit. De wandeling eindigt bij de Cahauk Htat Gyi Pagode, waar een liggende Boeddha van 70 meter lang en 18 meter hoog is. Een indrukwekkende afsluiter van deze eerste kennismaking.
's Avonds wordt de groep ingelicht over de komende reis en de gewoontes en gebruiken in Myanmar. Evelien Bleeker, de reisleidster, vertelt met enthousiasme.

Na het ontbijt de volgende dag bezoeken we de Shwedagon Pagode, de belangrijkste pagode voor het boeddhisme in Myanmar. We krijgen instructie van onze Birmese reisleider Tun Tun hoe we aalmoezen aan monniken kunnen geven. Rond de pagode is het druk met allerlei winkeltjes en een markt, maar ook op het terrein van de pagode zelf zijn er veel mensen. Het is zondag en veel Birmezen komen naar de pagode voor Grote liggende Boeddha in Yangonbijvoorbeeld een picknick. Het is een prachtig complex: de grote pagode in het midden en daar omheen veel tempeltjes en andere gebouwen. Goud overheerst overal. Tun Tun vertelt veel over het boeddhisme en ik hoor hier voor het eerst, dat er in Myanmar vier Boeddha's worden vereerd. Deze variant van het boeddhisme kende ik nog niet. Na de pagode worden we in de stad afgezet en kan iedereen op eigen gelegenheid de stad verkennen. Ik doe dat met Barry, Liesbeth en Kathy. Na de lunch begint het te regenen en we slaan een bezoek aan het hotel The Strand over. Als het weer droog is dwalen we door de oude stad waar nog veel doet denken aan de Engelse tijd. Veel huizen zijn vervallen, maar er wonen nog wel mensen in; ratten schieten weg in het riool. Wel even wennen dus. De muren zijn uitgeslagen en uit de voegen groeit van alles en nog wat. Het geeft een mooi groen gezicht, maar is toch niet helemaal wat je bij een bewoond gebouw verwacht. Onderhoud staat in Myanmar laag op de prioriteitenlijst. Via via komen we in de Indiase wijk terecht en bezoeken daar een hindoetempel. De Bog Aung San Markt bezoeken we vlak voor sluitingstijd, dus daar valt niet veel meer te beleven. Met een taxi rijden we terug naar de Shwedagon Pagode. Door de ondergaande zon en de verlichting die langzaam aan gaat is er een heel aparte sfeer. Een Birmees neemt ons mee naar de plekken waar je de vier kleuren van diamanten in de top kunt zien.

De gouden rots en Bago

De volgende morgen vertrekken we naar Kyaiktyio. We maken een tussenstop in Taukkyan bij een erebegraafplaats waar 27.000 soldaten uit WO II begraven liggen. Gevangenen borstelen hier de paden schoon met een handborsteltje.
vogels in BagoIn Kyaiktyio bezoeken we de Gouden Rots, die steunt op een haar van Boeddha. Samengeperst in een truck rijden we een stuk naar boven om vervolgens via een steile beklimming bij de rots te komen. Het is een merkwaardig fenomeen, dat voor veel Birmezen tot een pelgrimsoord is geworden. Alleen mannen mogen bij de rots komen en er goud op plakken; vrouwen hebben hun eigen plekken om te bidden.
We overnachten in Hotel Mountain View in Waw. De volgende morgn vertrekken we naar Bago, een vroegere hoofdstad. We gaan eerst naar de Maha Kalyima Sima, een klooster en tevens universiteit waar zo'n 400 monniken verblijven. We maken de gezamenlijke maaltijd mee om 11.00 uur 's morgens. Na een signaal op de gong komen uit alle hoeken van het klooster de monniken aangelopen, die in keurige rijen de eetzaal binnengaan. Na een half uurtje komt men weer keurig in rijen naar buiten. De Shwegukake Pagode is de volgende stop. Deze is hoger dan de Shwedagon Pagode in Yangon, maar de oppervlakte van het terrein is een stuk kleiner. Hier zien we wel het beeld van de mythische watervogel, die je overal in Myanmar ziet. Hier is er echter een variant: het vrouwtje zit bovenop het mannetje. Dat heeft tot gevolg gehad, dat in de volksmond de vrouw hier in Bago de baas zou zijn. Birmese mannen moeten dus nooit een vrouw uit Bago trouwen!!

Na de lunch rijden we naar een schooltje, waar we schriften en potloden brengen. De kinderen op dit schooltje krijgen gratis les, omdat de ouders geen geld hebben voor de op andere scholen verplichte uniformen. In dit soort gevallen zijn het de kloosters die voor het onderwijs zorgen. Monniken en andere kinderen zitten dan ook door elkaar in de klassen. Dan is het tijd voor de liggende Boeddha. In Bago zijn er twee: eentje binnen en eentje buiten. De binnenboeddha ligt in een grote ijzeren hal. Hij is weliswaar groot, maar kleiner en niet zo mooi als die in Yangon. De buitenboeddha ligt een stukje verder, maar sla ik over en loop naar een beeld van vier Boeddha's, die alle in een verschillende windrichting kijken. Het zijn helaas niet de beelden van de vier Boeddha's, die in het Birmese boeddhisme een rol spelen. Om 15.45 uur stappen we op de trein naar Yangon en maken een rit van ruim twee uur in een schommelende en hobbelende wagon. De trein is vol en regelmatig komen verkopers langs met drank, soep, eenden, fruit of wat er maar te verkopen valt. Een leuke ervaring.

Reizen naar Hsipaw

De volgende dag is een reisdag. 's Morgens vroeg gaan we met het vliegtuig naar Mandalay en van daaruit met de bus naar Hsipaw, waar we aan het eind van de middag aankomen. Natuurlijk maak ik nog wel even een wandeling door het stadje en merk dan weer hoe aardig en vriendelijk de mensen zijn. Overal kun je een praatje maken, soms in het Engels, soms met de internationale handen-en-voeten-taal.

In Hsipaw sta ik al vroeg op (4.30 uur!!) en ga met een paar anderen naar de markt. Deze is van 2 – 6 uur. Mensen komen uit de omliggende dorpen om hun waren te verkopen of juist om te kopen. Het verhaal dat je hier veel klederdrachten zou kunnen zien, is echter niet waar; we zien niemand in in traditionele kleding (behalve longyi's dan). De markt is groot en in een heleboel gevallen wordt er slechts verlicht met kaarsen, wat de markt een aparte sfeer geeft. Vis, kip, vlees, groente, fruit en tanaka zijn de voornaamste spullen die verkocht worden. De “inkopers” zie je met handenvol zakken lopen en hun brommers of tuktukjes laden ze vol met hun gekochte waar. Deze verkopen ze in hun eigen dorp.
Na het ontbijt maken we met de hele groep een wandeling door de omgeving. We lopen door prachtig groene rijstvelden en bezoeken een shan-dorp, waar we o.a. een smid, een houtbewerker en een sigarenmaakster aan het werk zien. Ook bezoeken we een fabriekje waar men rijstnoedels maakt. Naast wat verouderde machines wordt veel met de hand gedaan, een tijdrovend en arbeidsintensief proces.

Lopen bij Kyaukme

Trekking bij KyaukmeDe volgende dag gaan we met een lokale bus naar onze volgende bestemming: Kyaukme. We laten daar onze grote bagage in het guesthouse achter en vertrekken meteen naar het huis van onze gids voor de komende dagen: Naing Naing. Er staat twee dagen lopen op het programma! Om 10.30 vertrekken we met onze rugzak de bergen in. Niet iedereen gaat mee vanwege ziekte of de zwaarte van de trekking. Net als alle voorgaande dagen is het ook vandaag weer erg warm, dus dat belooft wat voor de zweetproductie. We maken een paar keer een stop onderweg voor lunch en thee/koffie. Af en toe laat Naing Naing een goocheltruc zien of vertelt hij een mop. Als we aankomen is het al donker en zien we een prachtige sterrenhemel. We overnachten op de grond in een groot huis. En tot mijn grote verrassing komt Naing Naing voor het slapen gaan nog langs om even lekker te masseren! Die man is onvermoeibaar.

De volgende morgen zijn de bewoners al vroeg bezig om voor ons het ontbijt klaar te maken: rijst met noedelsoep. Het eerste deel van de terugweg naar Kiaukme kan op twee manieren: over dezelfde weg als gister naar een dorp òf je kunt nog over een berg naar de zogenaamde “lonely tree”. Je moet dan wel even een uurtje steil klimmen. Na de afdaling kom je dan weer in hetzelfde dorp uit.
We hebben de top bereikt: pagode bij de Lonely TreeMet nog drie anderen besluit ik om de lonely tree met een bezoek te vereren; de rest loopt weer de redelijk vlakke route terug. De klim is inderdaad steil en gaat over veel losse stenen, maar we halen het natuurlijk wel. De lonely tree is een dunne naaldboom en stelt dus weinig voor. Ernaast staat een pagode waarop de foto gemaakt moet worden om te "bewijzen" dat we zo hoog zijn geweest. Het uitzicht is prachtig. In een bijgebouwtje ligt het half vergane skelet van een monnik; hij heeft de klim ook gehaald, maar keerde niet meer terug!
Wij willen nog wel even verder blijven leven, dus dalen we weer af en komen bij de rest van de groep, die ons onthaalt met een ereboog en thee. De terugweg verloopt verder niet helemaal vlekkeloos, omdat het af en toe regent, waardoor het pad spekglad geworden is, dus dat vraagt wat extra inspanning. We gebruiken de lunch in een tempel waar op grote drums geoefend wordt voor ongetwijfeld een festival. Aan het eind van de wandeling staan er pickups klaar om ons naar het stadje te brengen. Als we in het guesthouse terug zijn hebben de achterblijvers daar gezorgd voor bier en frisdrank, dus dat is een leuke thuiskomer. We eten 's avonds bij Naing Naing thuis en gaan daarna “de kroeg in” voor een biertje. We vinden een aardig tentje waar men speciaal voor ons de TV aanzet met Engels voetbal. Wat een service! We vragen toch maar of hij iets zachter mag.

Pyin Oo Lwyn via het Gokteik viaduct

De volgende dag lopen we een beetje rond in het stadje en doen wat inkopen voor de volgende etappe. We gaan namelijk met de trein verder. Om 12.30 uur vertrekken we naar Pyin Oo Lwin, een rit van 5 uur. Deze voert ons over het Gokteik viaduct. Dit ijzeren viaduct stamt uit 1901 en is één van de hoogste viaducten ter wereld. Dat is uit het raam hangen en foto's maken. Voorbij het viaduct stopt de trein en mogen de toeristen – wij dus – er uit om foto's te nemen. Waar vind je zo'n service? Ik zie de NS nog niet stoppen voorbij de Moerdijkbrug voor een fotootje....

Met koetsjes door Pyin Oo LwinIn Pyin Oo Lwin gaan we met diverse vervoermiddelen naar het hotel. De volgende morgen laten we ons met koetsjes door de stad rijden. Dat zal nog wel uit de koloniale tijd stammen toen veel Engelsen uit Yangon hier kwamen om hun vrije tijd door te brengen vanwege het aangename weer. We rijden via het mooi gerestaureerde (en voor $ 1300 per nacht te huren) gouvernementshuis naar een Anglicaanse kerk en een koffiebranderij. Hier zijn de machines uit de Engelse tijd nog volop in bedrijf.
We maken een koffiestop bij Mr. Andrews, een 90-jarige man die de oorlog nog heel bewust heeft meegemaakt. Nu geeft hij samen met zijn dochter Engelse bijles aan Birmese kinderen. Hij heeft er ook 20, die hij onderdak verleent. We eindigen onze koetsjesrit bij de botanische tuinen, die goed worden onderhouden en waar je lekker kunt wandelen. Echt Engels.
Na de lunch gaan we met een aantal taxi's weer op weg.

Mandalay

De volgende plaats is Mandalay. We gaan er met taxi's naar toe.Hoewel een taxirit vrij comfortabel kan zijn is dat nu toch wat minder, omdat de vering zowel in de zittingen als in de wagen zelf hun langste tijd wel hebben gehad.
Een merkwaardig fenomeen is hier, dat het stuur rechts zit terwijl men ook rechts rijdt!! De chauffeur is afhankelijk van de auto's voor hem die moeten aangeven of hij wel of niet kan inhalen. Omdat er niet zoveel verkeer is kan dit vrij gemakkelijk. Dat zal een probleem worden als het autoverkeer gaat toenemen!
In Emerald Land Inn is een zwembad en dat is een aangename verrassing. Ik neem dan ook meteen een duik. Dineren doen we in de Golden Duck, een Chinees restaurant met prima eten.

Boeddhas in de maakDan hebben we een “vrije” dag en met Barry, Kathy en Liesbeth trek ik de stad in. Allereerst gaan we met fietstaxi's naar de Maha Myat Muni Pagode. Dit is een groot complex met o.a. een prachtige Boeddha, die met goud kan worden beplakt. Ook hier geldt weer: alléén mannen mogen dit doen. Voor 1600 Ks koop ik een paar blaadjes bladgoud en maak gebruik van dit voorrecht. Verder kent dit complex lange rijen winkeltjes bij alle ingangen en een paar gebouwen met oude beelden.
Aan de achterzijde zijn in verschillende straatjes tientallen ateliers waar Boeddha's worden gemaakt. Hier is men druk in de weer met slijpmachines, schuurmiddelen en verf om mooie witte Boeddha's te maken. Er zijn er honderden in de aanbieding.
We stappen achter op motoren, die ons naar de workshop brengen waar bladgoud wordt gemaakt. Met zware hamers worden hier klompjes goud net zo lang geslagen tot het flinterdunne plakjes goud zijn. Deze worden tussen papiertjes gelegd en verpakt om naar verschillende tempels in het land verzonden te worden. Met een pickup gaan we naar “A little bit of Mandalay” voor de lunch. Een beetje prijzig maar wel heel lekker. Het toetje nemen we in Café Vanilla; een lekker milkshake.

Met een taxi rijden we naar het Gouden Klooster, dat tegenwoordig van hout is. Omdat we hier $ 10 entree moeten betalen, slaan we het maar over en lopen door naar de Kuthodaw Pagode, waar “het grootste boek ter wereld” is te bewonderen. In 729 pagodes staan hier tabletten met teksten van de Tripitaka. Zeer indrukwekkend en wie komt er op zoiets. Ook de centrale gouden pagode, die weer fel blinkt in het zonlicht, is mooi om te zien. Van hieruit lopen we naar Mandalay Hill en laten ons met een taxi naar boven brengen. Vanaf deze heuvel heb je een prachtig uitzicht over de stad en de rivier en heb je fraaie plaatjes met de zonsondergang. Na een drankje gaan we met de taxi terug naar het hotel.

Fietsen bij Mandalay

Dan komen er twee fietsdagen. We vertrekken op mountainbikes naar de rivier en steken met de boot over naar Mingun. Heerlijk zo'n uurtje varen. In Mingun staat de grootste pagode ter wereld. Althans, dat was de bedoeling. Hij is echter voor een derde afgebouwd. Op blote voeten kun je hem beklimmen; dat is heet en af en toe een beetje pijnlijk, maar aardige Birmese jongens helpen je door en over alles heen. Uiteraard tegen een geringe vergoeding. Dan krijgen we de grootste gegoten klok ter wereld te zien. Althans, het is de grootste hele klok. De echt grootste staat in het Kremlin, maar die is beschadigd.
De Hsinbyume Paya, onze volgende stop, laat het boeddhisme in een notendop zien: Mount Meru met 7 bergen en 7 zeeën. (Mount Meru is in sommige boeddhistische opvattingen de verbeelding van het universum.)
Pauze tijdens de fiettocht bij MandalayNa de lunch begint de fietstocht. Ik krijg echter onderweg last van een zgn. hongerblok en moet verder in de bezemwagen. De rest fietst vrolijk door, al vinden sommigen het toch wel zwaar. We rijden langs de rivier, maar dat wil niet zeggen dat het allemaal vlak is. Ik laat me 's avonds lekker masseren door een blinde masseur en voel me daarna alweer een stuk beter.

De tweede dag fiets ik ook weer helemaal mee. Allereerst fietsen we over de lange brug die de rivier de Ayeyarwaddy overbrugt. Dan gaan we met een bootje over naar Ava (Inwa), een oude hoofdstad. Er staan nog gedeeltes van oude stadsmuren en oude tempels getuigen van een glorierijk verleden. We bezoeken o.a. de Do Chieng en de Yedene Simi, twee tempels uit de 13e eeuw en de 18e eeuw. Het teakhouten klooster Bagaya heeft nog maar weinig monniken, maar is indrukwekkend door de massieve bouw. De Maha Aungmye Bonzen is een groot stenen klooster. Dwalen door de donkere gangen kan hier goed, buiten is het minder aangenaam vanwege de hete stenen en op blote voeten is dat niet echt lekker.
Na de lunch, waar de obers ons koelte toewuiven en meteen daardoor de vliegen verjagen, steken we weer de rivier over en fietsen we naar de U-beinbrug. Dit is de langste teakhouten brug ter wereld, die ruim 1 kilometer lang is. Uiteraard loop ik de hele brug over, neem een biertje aan de overkant en loop dan weer terug. Dan begint de fietstocht terug naar het hotel in Mandalay. Onderweg stoppen we nog bij zandwinning: het zand wordt uit de rivier in bakken gezogen, dan laat men al het water er uit lekken om vervolgens het zand met de hand op vrachtwagens te scheppen. Zwaar werk, dat zowel door mannen als vrouwen wordt gedaan. Aan het eind van de middag zijn we weer in het Emerald Land Inn en nemen meteen een duik in het zwembad.

zonsondergang in Bagan

Bagan; duizenden tempels en pagodes

De volgende morgen reizen we verder. Eerst met de bus naar het busstation. Dan met een lokale bus naar Nyaung U waar we weer overstappen en rijden dan door een gebied waar we de komende dagen rond zullen kijken. Je weet nu al niet wat je ziet: pagodes en tempels in verschillende soorten; Bagan! We komen in Hotel Kalay Aung, een prachtig resort met een zwembad, dat we meteen in gebruik nemen.. Aan het eind van de middag gaan we naar de Shwe San Daw Pagode om van daar de zonsondergang te zien. Hier komen weliswaar veel toeristen, maar de meesten klimmen naar boven, maken een foto en gaan weer weg. Wij blijven hier rustig wachten en kijken tot in de verre omgeving uit over een gebied met ruim 4000 pagodes, tempels en andere gebouwen met een religieuze betekenis. Het is met geen woorden te beschrijven wat er te zien is, zo overweldigend. En met een mooie zonsondergang wordt het beeld alleen maar fraaier. 's Avonds eten we in het hotel en krijgen tijdens de maaltijd een leuke marionettenvoorstelling. Een mooi einde van de dag.

De volgende morgen sta ik met nog een paar al voor dag en dauw op en in het stikdonker stappen we op de fiets. Geen straatverlichting, geen verlichting op de fiets, maar met alleen een zaklampje zoeken we onze weg en hopen maar dat we niet stranden in mul zand. Op de Dhemmayazika Pagode vinden we een mooie plek voor de zonsopgang. Het is nog stil en het enige geluid hoor je van vogels. Een fantastische belevenis: eerst wordt het steeds lichter en om precies 6.10 uur komt de eerste reep van de zon boven de horizon. Het pagodegebied wordt in een prachtig licht gezet; ik heb werkelijk nog nooit zo'n mooi begin van de dag meegemaakt.
Onze reisleidster Evelien heeft tot ons aller verrassing koffie meegenomen in haar rugzak, dus het feest is compleet. Terug in het hotel ontbijten we eerst voordat we met paard en wagen vertrekken voor een rondrit door dit mooie gebied. We bezoeken verschillende pagodes en tempels en alles gaat in een heerlijk relaxed tempo. We komen bij de Dhammayazika Pagode, de Dhammayangyi Pagode, de Sulamani Tempel, de Buledi en eindigen bij de Shwezigan Pagode in Nyaung U. De eerste pagodes zijn allemaal onderdeel van het historische Bagan; de laatste is een nieuwe pagode met een prachtige gouden koepel. Hier staat ook een speciaal gebouw voor de 37 nats van Myanmar. De rit gaat verder naar nog meer oude gebouwen: de Ananda Ok Kyang met prachtige muurschilderingen en de Ananda Tempel met vier reusachtige Boeddhabeelden.
We lunchen op z'n Birmees: drie curries met veel bijgerechten. Lekker, maar geen culinair hoogstandje. De middag is het heerlijk relaxen bij het zwembad.

Ook de volgende morgen in Bagan sta ik weer vroeg op, want ik wil die speciale ervaring op de vroege ochtend nog wel een keer meemaken. We komen nu op een andere pagode en het is weer genieten van de stilte, de vogels en het langzame begin van een nieuwe dag waarbij alle pagodes weer in een prachtig licht gezet worden. Er hangt een mist en dat geeft het hele gebied iets mystieks. Voor een ontbijt fietsen we door naar old Bagan en eten bij de Yar Pyi Family, met een heel aardige familie. Met de kaart in de hand fietsen we die ochtend nog naar de Mahabodi Pagode, waar 465 Boeddha's aan de buitenkant staan. De Bu Paya Pagode staat aan de rivier, maar is op dat moment verpakt in steigers. Ook dat heeft iets speciaals. De laatste is de Gaw Daw Palin Pagode met vier grote boeddhabeelden, die in alle windrichtingen uitkijken.
In New Bagan bezoeken we een lakfabriek waar men van bamboe manden, dozen, schalen maakt en die vervolgens met een langdurig bewerkingsproces van verschillende laklagen voorziet. Om 16.00 uur vertrekken we met de hele groep naar de rivier voor een 'rivercruise'. Evelien heeft weer voor drankjes en lekkere hapjes gezorgd en we varen een paar uurtjes over de rivier en genieten ook hier weer van een fraaie zonsondergang.

Taung Kalat: klimmen naar het klooster

Brimees laat zijn geld 'zegenen' bij Taung KalatDan gaan we de volgende dag Bagan verlaten. Het heeft een onuitwisbare indruk gemaakt, maar we moeten toch weer verder.
Met de bus rijden we de volgende etappe en maken een tussenstop bij een fabriekje waar van palmolie suiker wordt gemaakt. Van die suiker maakt men dan weer een gedestilleerd drankje.
Het belangrijkste doel van deze dag is Taung Kalat, een berg met steile wanden en op de top een klooster. Op deze berg wonen de nats van Myanmar. Tijdens de wandeling naar boven zie je overal tempeltjes waar één of meer nats geëerd en aanbeden worden. De bedoeling is dat je overal geld offert. Ook bovenop de berg is het een drukte van belang, niet alleen van de bezoekers, maar ook van de vele nats, Boeddha's en de verschillende tempeltjes. Het is een merkwaardig fenomeen, dat men zoveel respect heeft voor dit soort goden en men er ook zoveel geld voor over heeft.
ontbijt wordt klaar gemaakt in MeiktilaDe trappen naar boven worden schoongemaakt door mannen en jongens: zodra ze je zien beginnen ze een tree grondig te poetsen en vragen daar dan geld voor. Aan de andere treden komen ze waarschijnlijk nooit toe.....

Meiktila is onze volgende overnachtingsplaats. Het stadje heeft geen toeristische attracties, maar is daarom juist leuk om te bezoeken. Met nog een paar ga ik hier naar de bioscoop en geniet van een prachtig Birmees liefdesdrama.
We ontbijten de volgende morgen in het stadje, waar men heerlijk verse samosa's en pannenkoekjes met curry maakt. En dan gaan we weer op weg en rijden in een paar uur naar Kalaw.

Kalaw: werken met olifanten

Met een paar anderen ga ik 's middags aan de wandel en bezoek de Shwe Oo Min Pagode. Dit zijn twee grotten waar duizenden Boeddhabeelden staan, die er door de bevolking in de loop der jaren zijn neergezet. We lopen verder de berg op naar de Hnee Pagode. Na een paar keer vragen vinden we deze en zien hier een prachtige mahoniehouten Boeddha. Groot en zwaar, maar met vier man wel op te tillen. We mogen dat echter nu niet testen. Wel krijgen we thee aangeboden.
olifant wassen bij Kalaw in MyanmarDe tweede dag in Kalaw gaan we naar een olifantenkamp. Hier heeft men vier olifanten opgevangen, die men van het leger heeft gekocht. Ze zijn blind of oud. Voor meer dieren is geen ruimte en men kan in de toekomst ook niet uitbreiden. De olifanten staan keurig op een rijtje en men komt met een schaal bananen aanzetten, zodat we die kunnen voeren aan de dieren. Daarna mogen we bomen planten: men heeft al gaten gegraven, dus we hoeven ze alleen nog maar neer te zetten en grond erbij te gooien. Dan lopen we achter de olifanten aan naar de rivier. De dieren gaan de rivier in en wij mogen ze wassen. Allemaal wel grappig en misschien ook wel goed, maar het heeft wel een hoog Maxima- en/of Beatrix-gehalte. We lopen verder en moeten nog 5 keer door de rivier waden alvorens we een lekkere lunch middenin de bushbush krijgen.
Dan begint het zwaardere werk: 1,5 uur lopen. Het is heet en het pad loopt constant steil omhoog. Je hoort veel mensen zuchten en steunen, want er lijkt geen einde aan te komen. Maar aan het einde is de weg weer en wat zien we daar? Twee trucks die ons weer naar Kalaw brengen! Beneden in het dorp aangekomen gaan we eerst nog even markten en drinken daarna een lekker biertje op een terras. Het avondeten doen we dit keer op z'n Nepalees.

Het Inle meer en het Phaung Daw Oo Paya festival

Van Kalaw vertrekken we met een luxe bus en stappen na de koffiestop over in verschillende bootjes: we zijn bij het Inle meer. Alle bagage gaat op een boot die rechtstreeks naar het hotel gaat en wij varen het meer op en maken een prachtige tocht van zo'n 2 uur waarbij regelmatig vaart wordt geminderd voor het maken van foto's.
We zijn in het gebied van de beenroeiers. Behendig manoeuvreren de vissers op hun kleine bootjes en gooien hun netten overboord. Het traditionele net wordt niet meer gebruikt, maar we krijgen er wel een demonstratie van te zien.
Traditionele visvangst door een beenroeier op het Inle meer in MyanmarNa de lunch varen we het meer op in afwachting van de optocht in het kader van het Phaung Daw Oo Paya Festival. We zitten in de brandende zon, maar gelukkig zijn er paraplu's aan boord, die ons een beetje kunnen beschermen. Na een half uur komen de boten onze richting op gevaren. Het is een fantastisch schouwspel: ruim 20 boten met tientallen beenroeiers, die in een soort processie een gouden boot voorttrekken waarop 4 Boeddhabeelden staan. Deze komen uit de Phaung Daw Oo Paya Pagode en worden gedurende drie weken het hele meer rondgetrokken, zodat iedereen in de dorpen eer kan betonen aan deze beelden. De 5e Boeddha blijft in de pagode staan.
Na dit schouwspel varen we naar ons onderkomen voor de komende nacht: Golden Island Cottage, een hotel op palen in het meer. We worden met muziek verwelkomd door het personeel. We hebben een eigen hut aan de rand van het meer. Het diner 's avonds is in de eetzaal waar het druk is met toeristen, die hier allemaal zijn vanwege het festival. Tijdens het diner treedt het personeel voor ons op met verschillende dansen, zang en andere zaken.

beenroeiers op het Phaung Daw Oo Paya festival op het Inle meerDe volgende morgen vertrek ik met een paar anderen alweer vroeg en gaan naar Nampha, het dorp waar de processie gister naar toe gevaren is. Nu is het daar al vroeg een drukte van belang. De Boeddha's worden uit de tempel gehaald en weer op de gouden boot gezet en in een processie met ruim 30 boten vertrekt men om 7 uur naar een volgend dorp. Ook nu weer is het een indrukwekkend gezicht zo'n hele rij boten over het meer met op iedere boot zo'n 30 à 40 beenroeiers. Het gaat er op alle boten vrolijk aan toe: men maakt muziek, zingt en danst.

We varen weer terug voor het ontbijt en gaan dan naar een weverij, waar men uit de draden van de lotusplant doeken maakt voor boeddhabeelden. Nooit geweten, dat je uit de stelen van de lotusbloemen draden kunt trekken, maar hier blijkt het mogelijk. Dan varen we naar de Phaung Daw Oo Paya Pagode, waar de 5e Boeddha staat. Dit beeldje is – evenals de vier die worden rondgevaren – onherkenbaar, omdat het vol geplakt is met goud. Ook hier weer: vrouwen mogen er niet bij. Ik maak voor verschillende dames uit de groep foto's, zodat ze toch goed kunnen zien wat er staat.
Via een prachtige tocht over een rivier komen we bij In Dein, waar 1054 pagodes staan. Sommige gerestaureerd, andere weer niet.

Nyaung Shwe: 24 uur resiteren uit Boeddhistische geschriften

Na de lunch varen we naar Nyaung Shwe, de pleisterplaats voor de komende nacht. Bij het hotel staat een tempel met een luidspreker waaruit constant teksten gereciteerd worden. Dat duurt tot 22.00 uur; dan wordt het gelukkig rustig. Om 5.00 uur 's morgens begint het reciteren opnieuw.
24 uur lezen in de tempel in Nyaung ShweAls ik later die ochtend bij de tempel ga kijken, blijkt dat men 24 uur per dag reciteert uit de geschriften van Boeddha. Dat doet men vanaf 7 dagen voor volle maan. Men zet de luidspreker uit tussen 22.00 uur en 5.00 uur om geen overlast te bezorgen! Dit reciteren gebeurt door 8 mannen, die elkaar om het half uur afwisselen. Voordat men gaat voorlezen kleedt men zich eerst helemaal in het wit.
Omdat het museum gesloten blijft (10.00 uur zou het open moeten gaan, maar helaas gebeurt er niets) lopen Barry en ik naar de markt en kijken daar rond ondertussen voortdurend bukkend vanwege de laaghangende zeiltjes. Na de markt bezoeken we o.a. de Yadana Man Aung Pagode met vier gouden Boeddha's en een klein museumpje. Bij de “zilveren pagode” komen we Kathy en Liesbeth weer tegen en gaan we lunchen in Viewpoint Restaurant.
's Middags gaat het helaas regenen en lopen we via de markt weer terug naar het hotel. Om 18.00 uur hebben Barry en ik gereserveerd voor een traditionele Birmese massage. Bij mij komt daar een vrij stevige mevrouw aan te pas die ook nog over me gaat lopen. Dat is dus even de kiezen op elkaar klemmen. Uiteindelijk valt het mee en voel je je na afloop een stuk aangenamer.

Terug in Yangon

Sule pagode in YangonOp de een na laatste dag vertrekken we vroeg naar Heho voor de vlucht naar Yangon. We komen daar weer in hetzelfde hotel als in het begin van de reis. 's Middags gaan we met z'n viertjes nog op stap naar nog een keer de liggende Boeddha en daarna naar de grote zittende Boeddha. Deze staat aan de andere kant van de weg en is indrukwekkend qua grootte en schoonheid. Men vraagt geen entree, maar wil een bijdrage in de restauratiekosten. Voor buitenlanders is dat 2000 Ks p.p.; Birmezen mogen gratis en hoeven blijkbaar dus niets bij te dragen aan die restauratie.
Met een taxi gaan we naar de stad, want Kathy wil brillen kopen. Die zijn hier een stuk goedkoper dan bij ons ($ 15 per stuk, incl. geslepen glazen en in 1 uur klaar!) Tijdens dat uurtje lopen we nog naar de Sule Pagode in het centrum van de stad. De entree daarvoor is 2000 Ks; camera 500 Ks en voor het bewaren van de schoenen vraagt men nog een 'vrijwillige' bijdrage. De pagode is beslist de moeite waard en is de laatste die we op deze reis zullen bezoeken.

's Avonds hebben we met de hele groep het slotdiner. Eerder die dag hebben we al afscheid genomen van Tun Tun, onze Birmese gids, en nu is het de beurt aan Evelien om haar te bedanken voor de uitstekende en enthousiaste begeleiding. We eten in Link Age, waar we met de hele groep net in kunnen. Link Age is een project waar straatkinderen een kans krijgen om een opleiding te volgen. De bediening doet dan ook vreselijk zijn best om alles goed te laten verlopen. Een aanrader voor iedereen die in Yangon komt.
De laatste ochtend gaan we nog naar het huis van Aung San Suu Kii. Verder dan het hek komen we niet. Begrijpelijk, maar wel een beetje jammer. Koffie drinken we bij de zoölogische tuinen. Ook hier weer entree (300 Ks p.p. en 500 Ks voor een camera), terwijl we later zien, dat er een andere ingang is waar je zo naar binnen kunt. Tja.
Om 14.00 uur vertrekken we naar het vliegveld voor een lange reis terug naar Nederland en komt er een einde aan deze zeer gevarieerde reis door een prachtig land met heel vriendelijke mensen.

De officiële route van Sawadee kun je hier aanklikken.

birmees eten