(Leestijd: 3 - 5 minuten)

Welkomstbord aan de grens van Nepal Kaart met reisroute in Nepal

NEPAL, een reis van 8 t/m 18 augustus 1998

Vanuit India kom ik op 8 augustus aan in het Chitwan National Park, de eerste stop in Nepal. Van de groep waarmee ik reis zijn er een paar die op eigen gelegenheid een trektocht door de bergen gaan maken. Dat is mij teveel van het goede en ik hou me dus maar aan het door Djoser vastgestelde reisschema.

De sfeer in Nepal is een stuk gemoedelijker en minder rommelig dan in India en dat maakt het een stuk plezieriger. We maken op de eerste dag in Chitwan een boottocht en spotten voornamelijk apen en herten. Ook de tweede dag in dit park komen we niet veel wild tegen.waterbuffel op de weg 's Morgens doe ik een zogenaamde 'junglewalk' en 's middags staat een olifantenrit op het programma. Daarmee zou je tijgers moeten kunnen spotten. Misschien zien zij ons wel, maar wij hen niet.

Een dag later gaan de meeste groepsleden raften. Ik heb daar niet zo'n zin in dus zorg ik met nog een paar anderen ervoor dat de bagage op de goede plek aankomt. De meeste rafters zijn al vrij snel gestopt, omdat ze het toch wat gevaarlijk vinden. Wij pikken ze onderweg op en als de hele groep weer compleet is rijden we naar Pokhara, onze tweede standplaats. Hier zijn erg veel backpackers en maakt het wel heel toeristisch. Maar ja, ik zit er nu zelf ook.
 
Op de eerste dag hier maak ik met een paar mensen een boottochtje over het meer en bezoek ik een tempel. De rest van de dag wordt er gerelaxt. De volgende dag ga ik met een taxi naar een vluchtelingenkamp voor Tibetanen. Het is een compleet Tibetaans dorp met tempel, scholen, winkels, enz. Jammer dat deze mensen uit hun land zijn verdreven. Hier in Nepal worden ze ook als tweederangsburgers beschouwd, dus hun leefsituatie is niet te benijden. Lunchen doe ik in de stad waarna ik het Pokhara Nationaal Museum bezoek.

Vrachtvervoer op de rug van dragersNa een rustige nacht vertrekken we naar Kathmandu. Het is een lange rit door een mooi landschap. 's Avonds gaan we nog naar een groot feest waar men de geboortedag van Krishna viert. De tweede dag in Kathmandu is voor een verkenning. Ik ben op zoek naar plaatsen waar lijkverbrandingen plaatsvinden, maar ondanks alle aanwijzingen kan ik deze niet vinden.
Durban Square is makkelijker te vinden. Het is een indrukwekkend complex met fraaie architectuur. Wel moet er nodig wat gerestaureerd worden, want anders zal volledig verval niet lang op zich laten wachten. Maar het zal wel een kwestie van geld zijn.
Bij Raj Ghat zie ik dan toch lijkverbrandingen. Het is hier veel rustiger dan in India en je mag rustig dichtbij komen en fotograferen, wat in India weer niet is toegestaan. Terug in het centrum van de stad lunch ik eerst en dwaal dan door de vele smalle straatjes en kijk in kleine winkeltjes. Afdingen is het devies, maar dat valt nog niet erg mee. In restaurant Malpa diner ik met nog een paar anderen. Lekker en sfeervol met Nepalese muziek.

Dag drie in Kathmandu begint met een tuktukritje naar de Bodnath Stoepa. Deze grote witte stoepa in het centrum van de stad is kenmerkend vanwege de grote ogen op een witte achtergrond. Het is er druk met monniken, gelovigen die om de stoepa lopen of dit prostrerend doen. Hierna ga ik naar de Pashupatinath Tempel, waar echter geen De Bodnath Stoepa in Kathmandubuitenlanders naar binnen mogen, maar in de omgeving is van alles te zien en te beleven: een bejaardentehuis, een schooltje, nog een andere tempel, crematieplaatsen en ghats en veel sadhu’s die allerlei vreemde dingen doen als je ze betaalt voor een foto. Goedkoop zijn ze niet. Eentje doet iets met slangen, een ander hijst zware stenen aan zijn pik omhoog en weer een ander legt een been in zijn nek. Heel vreemd en de bedoeling van deze circusacts ontgaat me. Dat ze ‘heilige mannen’ genoemd worden zal dus wel een speciale reden hebben.
Na de lunch is de Swayambhumat Tempel aan de beurt. Deze staat hoog op een berg en het kost veel moeite om in de hitte al die trappen op te lopen. Dit gezwoeg wordt beloond met een prachtig uitzicht over Kathmandu. Hier is ook weer een ceremonie; dit keer met trommels, trompetten en Tibetaanse hoorns.

Met de bus rijden we via Patan en Bakhtapur, de twee koningssteden in de vallei. Een mooie tocht, maar de steden vielen wat tegen, omdat alles aan een behoorlijke onderhoudsbeurt toe was. De paleizen zijn op zich wel mooi, maar alle bijgebouwen zijn nu omgetoverd in souvenirwinkels, kledingzaakjes en restaurants. In Bakhtapur begint het te regenen en we besluiten om niet verder te gaan naar Nagarkot voor het uitzicht op de Mount Everest. Dat zou toch al tegenvallen gezien de weersomstandigheden. We rijden naar Kathmandu. Hier zijn we nog een dag om weer terug te reizen naar Amsterdam.

Ik heb destijds de reisinformatie van de organisatie niet opgeslagen, maar de reis wordt nog steeds op vrijwel dezelfdemanier georganiseerd. Ik heb daarom de informatie over de resiroute in 2017 opgehaald en die komt vrijwel overeen met de route die ik in 1998 heb gevolgd. Je kunt hem in PDF hier nalezen.