(Leestijd: 3 - 6 minuten)

Reisverslag Senegal (2010)

Op dinsdag 16 november 2010 ga ik vanuit Gambia met Roos en Theo naar Senegal. De grensformaliteiten duren niet erg lang, al gaat de Senegalese militair die alles moet controleren wel eerst even lunchen voordat hij bij ons een stempeltje kan zetten.
Om 15 uur zijn we via een 20 km lange, slechte weg in Kafountine, een dorpje aan zee en vinden onderdak in "Le Fouta Djalon" van de Française Danielle. Hier nemen we twee hutjes. Ik voel me de hele dag al niet zo lekker, dus sla ik het eten ’s middags maar over en ga een paar uurtjes op bed liggen. De pijn in mijn maag is daarna wel weg, maar eetlust heb ik nog niet.

Straat in KafountineDe volgende morgen gaat het een stuk beter, want om 7 uur maak ik al een lekkere strandwandeling op het rustige strand: af en toe komt een hardloper langs en even verderop ligt een kudde koeien.
Na het ontbijt met stokbrood en jam gaan we naar Kassel, waar monsieur Auguste ons door de mangrove kan varen. Anderen doen dat niet, want het is vandaag offerfeest voor de moslims en Auguste is katholiek. Hebben wij mazzel!!
We varen naar het vogeleiland, dat vol zit met pelikanen, lepelaars, reigers, slangehalsvogels en nog veel ander spul. Het is prachtig om te zien. Ook een stukje mangrovebos pikken we mee waar we o.a. heel veel krabbetjes zien.

's Middags wandelen we door Kafountine, dat best een bedrijvig dorp blijkt te zijn: veel winkeltjes en werkplaatsen. Mijn indruk is, dat de mensen het hier beter hebben dan in Gambia: mensen gaan beter gekleed en ze hebben ook meer en beter vervoer (fietsen!). De behuizing is echter echt Afrikaans: bouwvallig en armoedig of zoals de toerist het wil horen: ‘schilderachtig’.

koeien op het strand van KafountineNa een uurtje rusten gaan we naar het strand. Zwemmen is door de sterke golfslag en onderstroom niet mogelijk, maar het is wel lekker relaxen. De kudde koeien, die ik vanmorgen ook al had gezien komt langs. Wat doen die nu toch op het strand? Het is wel een mooi gezicht die rustig ogende dieren.

Donderdag verlaten we Kafountine via dezelfde slechte weg als we gekomen zijn. Na Diouloulou komen we op een betere weg naar Bignona en Ziguinchor. Maar wat is beter? Kuilen en weggeslagen stukken zijn ook hier. Echt Afrikaans: geen onderhoud!! De weg van Ziguinchor via Oussouye naar Elinkine is echter weer een plaatje: pracht aangelegd en weinig verkeer.

Na een mislukte poging om naar Point St. George te rijden blijven we in Elinkine in Campement Voyage Elinkine. Dit is een vervallen complex, dat slechts een paar jaar oud is. De Franse eigenaar heeft zich met de Afrikanen verenigd, door dit hele complex langzaam te verwaarlozen. Het eten heeft schijnbaar hetzelfde lot ondergaan en is vet en smakeloos. Voorgerecht: omelet met vette gebakken uitjes; hoofdgerecht: rijst met taaie kip en uiensaus; nagerecht: een halve appel op een bordje. De Franse haute cuisine was ver te zoeken. De appel was het lekkerst.

De nacht is slecht in een vreselijk benauwde kamer zonder verlichting en ventilator. 's Nachts de deur maar open gezet om nog wat lucht te krijgen, al is dat natuurlijk niet de bedoeling.
's Morgens is er geen water. Pas nadat de waterleiding van het kamp met tape is gerepareerd kan er gebaad worden. De stank van vis overheerst vanmorgen, want de vismarkt is vlakbij.

De brede rivier CasamanceOm 9.30 uur gaan we op stap, want vanuit ons kampement kunnen we met de boot de rivier op om lamantijnen te zien. Na zo'n 2,5 uur varen over de Casamance, die hier een paar kilometer breed is, leggen we aan bij een dorpje van garnalenvissers waar we een beetje kunnen rondkijken. Daarna varen we een stukje terug naar Point St. George voor de lunch en daar krijgen we te horen, dat we eerst naar de lamantijnen moeten kijken. We lopen naar de uitkijktoren en zien er zowaar drie. Voor de foto zijn ze te snel, al heb ik wel een staart kunnen kieken.
De lamantijnen zijn alleen bij laag water te zien dus de kans om ze werkelijk te zien is zeer klein. Ze grazen op de bodem en komen af en toe boven water om een luchtje te scheppen. Het zijn tenslotte zoogdieren.
Op de toren staat overigens wel, dat er zich hier zo'n 15 dieren zouden moeten zijn. We blijven dus nog even wachten, maar het blijft verder rustig.

Na de lunch met taaie kip en garnalen varen we terug; de zon is dan genadeloos en smeren helpt niet tegen het branden. Ik gebruik o.a. mijn zwemvest om blote delen te beschermen. Om 17 uur zijn we weer terug van een toch wel bijzondere tocht.

Op het strand bij Cap SkirrinNa de boottocht over de Casamance vertrekken we, omdat we in het Campement Voyage Elenkine niet nog een nacht door willen brengen. We rijden naar Cap Skirrin, waar volgens de Lonely Planet de mooiste stranden van Afrika zijn. Na enig zoeken belanden we in het resort Hibiscus en krijgen prachtige kamers met uitzicht op strand en zee. Er is een restaurant, zwembad en een heel mooi strand.

Het diner hebben we bij kaarslicht en uitzicht op zee: een heerlijk voorafje, tong en caramelijs. Heerlijk. We maken kennis met de Belgische eigenaar, die hier zijn pensioenjaren doorbrengt. Hij is 81 en heeft dit resort gekocht om iets om handen te hebben!!

De volgende ochtend ben ik om 7 uur al op en geniet lekker op het balkon met uitzicht op zee. Ook hier lopen koeien op het strand. Na een fantastisch ontbijt is het de hele morgen relaxen op het strand. Lezen, zwemmen, zonnen, wandelen, puzzelen.

's Middags gaan we naar Cap Skirring voor de lunch. Ik wil het stadje ook wel even bekijken, maar dat stelt niet veel voor en is net zo armoedig als andere plaatsjes in Afrika. Je zou er meer van verwachten, want het schijnt toch één van de betere badplaatsen in Senegal te zijn.

Drummer in Cap SkirrinDrummer en danser in Cap Skirrin’s Avonds is er vanaf 20 uur een uitgebreid buffet en dat is dan ook zeer uitgebreid en van een uitstekende kwaliteit. Ondertussen danst een groep uit Conakry Afrikaanse dansen.

De volgende morgen rijden we weer terug naar Gambia. Ook Senegal heeft veel "veiligheid", want onderweg worden we ook hier aangehouden bij een controlepost. We moeten werkelijk alle tassen open maken voor de agent, die er zichtbaar plezier in heeft om zijn 'macht' uit te oefenen. Niet boos worden!!! In Gambia is het immers nog vervelender!?