(Leestijd: 9 - 17 minuten)

Reisverslag Tibet

13 t/m 28 juli 2007

We vertrekken op tijd per KLM en op zaterdag 14 juli om 12.30 uur plaatselijke tijd landen we in Chengdu. Daar blijkt dat de groep uit 16 personen bestaat, variërend van 17 – 61 jaar (ja, ja, ik ben de oudste!!) en iedereen heeft er veel zin in.
We hebben enkele uren in Chengdu voordat we doorreizen naar Tibet.

Naar Lhasa

De 15e vliegen we al om 8.00 uur. Na 2 uur vliegen landen we in Lhasa en checken in in het Dood Ghu Hotel, dat is gebouwd in Tibetaanse stijl met binnen allemaal versieringen. Het hotel is veel luxer dan ik me uit de reisbeschrijving had voorgesteld. Het is wel even wennen om naar de tweede verdieping te lopen: door de hoogte - Lhasa ligt op 3500m - moet je je snelheid aanpassen.
Ik ga met Liesbeth en Karin de stad in en we belanden in een prachtig restaurant met ongeveer dezelfde decoraties als ons hotel. Hier eet ik de eerste yak-schotel. Het is een massala, die stijf staat van het zout en waarin het yakvlees behoorlijk taai is. Niet echt een succes dus.
Vrouwen lopen de kora inLhasaWe lopen door smalle straatjes, komen in de kora - de rondgang rond de tempel – en lopen een deel mee. Veel Tibetanen lopen hier; allemaal in dezelfde richting en velen met een gebedsmolen.
Terug in het hotel licht Pieter (onze reisleuder voor de komende weken) ons in over Lhasa. Uiteraard krijgen we informatie over de hoogteziekte. Gelukkig heb ik daar niet veel last van: een beetje hoofdpijn.
Ik ga hierna met Rudy, Geert en Alice lekker eten bij Tashi 1.
Met Geert, Pieter en Piet drink ik daarna nog een biertje in een bar in de buurt. Dat is dus een foute boel, want alcohol is eigenlijk uit den boze!! Je moet 3 – 4 liter water drinken per dag! Maar omdat ik dat vandaag allang op had, zou een biertje dus moeten kunnen.

De volgende dag ga ik na het ontbijt al vroeg de straat op. De stad ontwaakt, maar op de route van de kora is het al behoorlijk druk. Ik bezoek een paar kleine tempeltjes vlakbij de kora: Mani Lakhang, Jamkhang en het Meru Nyingbaklooster. In Jamkhang voert een monnik aan de lopende band een ceremonie uit voor Tibetanen, die ervoor in de rij staan.
Ik loop door de kleine straatjes links en rechts van de kora en doe deze eerste ochtend zeer veel indrukken op. Men prevelt tijdens het lopen van de kora en draait met de gebedsmolen; sommigen prostreren de hele route om zichzelf nog meer te kastijden. Ik maak veel foto’s, want zo’n eerste indruk moet vastgelegd worden. Maar het is een merkwaardig toneel, dat mensen zich zoveel verplichtingen opleggen omwille van een geloof.

Pottala, het paleis van de Dalai Lama

Pottala, het paleis van de Dalai LamaOm 12.00 uur vertrekken we met een groepje naar de Pottala, het paleis van de Dalai Lama’s, dat nu door de Chinezen tot een museum is gemaakt. Alleen de bovenste twee verdiepingen zijn te bezoeken en er mogen geen foto's gemaakt worden.

Het is een behoorlijke klim naar de ingang en daarna moeten we nog steeds flink omhoog. Binnen is het erg donker, maar wel mooi ingericht. De rondleiding duurt een uur en het laatste gedeelte moeten we rennen om er op tijd uit te zijn, want anders krijgt de gids strafpunten. De Chinezen verzinnen van alles om maar duidelijk te maken, dat zij hier in Tibet de touwtjes in handen hebben.
Na afloop ga ik met Geert, Alice en Rudy naar de Lukhang tempel in het “Vrijheidspark”, een minitempel op een eilandje. In het park hebben de Chinezen ook een rechthoek met gebedswielen neergezet. Het lijkt een concessie aan de Tibetanen, die hier – als onderdeel van de kora rond de Pottala – de wielen in beweging zetten.
’s Avonds gaan we met z’n vieren eten. Pieter vraagt of hij ook mee mag. Natuurlijk mag dat en het gevolg is, dat bijna iedereen zich aansluit en we met z’n allen op weg gaan naar Snowland. Daar is het razend druk met alleen toeristen, maar zodra er een tafel vrij komt mogen wij als eerste gaan zitten. De bestelde curry is een vrij smakeloze hap en ik vraag me af hoe het hier zo druk kan zijn. Dat is dus niet vanwege de kwaliteit van het eten. Toeristen vinden het blijkbaar prettig om bij elkaar te kruipen.
In het hotel drinken we nog een biertje en kijken vanaf het dakterras naar de prachtig verlichte Pottala.

De kora lopen

Om 8.45 de volgend dag ben Ik ben met Geert en Rudy in de Jokhang en loop met de vele pelgrims mee, die allerlei kleine kapelletjes bezoeken. Deze kapelletjes sla ik over, want dan zou het erg lang duren omdat je voor ieder kapelletje in de rij moet staan. De tempel – de hoofdtempel van het Tibetaanse boeddhisme – staat vol boeddha’s, boddhisatva’s en beelden van leraren. Op dit vroege uur zijn er gelukkig geen groepen toeristen, zodat we een goede indruk kunnen krijgen van het religieuze leven van de Tibetanen.
Mensen prostreren voor de tempelVanaf het dak is er een mooi uitzicht over Lhasa en kun je goed zien hoe de pelgrims voor de ingang van de tempel prostreren.
Hierna begin ik aan de grote kora “om de oude stad”: de lingkor. Deze is zo’n 8 km lang en ik doe er ruim 4 uur over.
De kora loopt eerst door een moderne Chinese straat en langs de rivier om daarna een smal pad in te gaan en de berg Chag Po Ri op. Deze is werkelijk bezaaid met gebedsvlaggen en het geeft toch wel een merkwaardig gevoel om tussen die duizenden vlaggen te lopen. Voorbij de berg zijn er veel schilderingen van Boeddha waarvoor de pelgrims prostreren als een soort pauze in hun kora.
Voorbij de berg loopt de kora eigenlijk alleen nog maar via het Chinese deel van Lhasa en is er – toeristisch gezien – niet veel meer aan. De Tibetanen blijven echter onverstoord doorlopen; niet altijd even vriendelijk bejegend door de Chinese bevolking. Ik loop mee en uiteindelijk komt de kora weer in het Tibetaanse deel van de stad. Ik eindig bij de tempel waar ik ben begonnen: Lho Rigsum Lhakhang.

Drepung en Sera

Wierook branden bij DrepungWoensdag de 18e bezoeken we Drepung en Sera, twee kloostercomplexen even buiten Lhasa. In Sera gaat de groep naar binnen, maar ik loop met Pieter de kora er omheen. Deze is zeer mooi en gaat bergopwaarts, langs brandoventjes voor ‘wierook’, rotsschilderingen, e.a. Vanaf een hoge plek zien en horen we een deel van de debatterende monniken, een ritueel dat zich iedere middag op de binnenplaats afspeelt en waarbij monniken met elkaar in debat gaan over het geleerde van die morgen.
We hebben een prachtig uitzicht op het klooster, komen bij de tangkamuur en kijken naar de Tibetanen, die ook hun rondje lopen.
Om 18.30 uur krijgen we een briefing van Pieter en hebben we een korte evaluatie. De hoogteziekte heeft gelukkig geen vat op me, maar op tijd slapen is wel nodig. De inspanningen zijn anders dan in ons lage landje bij de zee. Helaas heeft de ziekte wel vat op een paar mensen uit de groep en dat is natuurlijk verschrikkelijk jammer, want de reis is maar zo kort.

Naar Samye

Donderdag vertrekken we in de stromende regen. We maken een tussenstop bij een rotsschildering van Rimpoche en even later nog eentje bij een tempel waar 21 tara’s staan.
Na 3,5 uur rijden komen we bij de rivier en stappen over op een grote sloep, die ons over de rivier moet zetten. Het is inmiddels droog geworden, dus geluk hebben we wel. Na een uur om allerlei zandbanken heen varen worden we aan de overkant afgezet en daar opgepikt door een truck, die ons naar het tempelcomplex van Samye brengt.
Samye, een tempelcomplexSamye is een complex van oude en nog te restaureren tempels, stoepa’s en andere gebouwen. We krijgen kamers in het centrale deel.
We krijgen een rondleiding in de grote tempel en ik raak steeds meer in de war van al die boeddha‘s, boddhisatva’s, leraren, demonen, protectors, enz. Ik ben het Thaise boeddhisme gewend en dat is een stuk eenvoudiger: één boeddha, geen gebedsmolens, geen kora’s, geen gebedsvlaggen, enz. Weliswaar weer wat andere rituelen, maar een stuk eenvoudiger.
Na de rondleiding loop ik met nog een paar de grote kora. Er lopen weinig Tibetanen en niet alle kapelletjes zijn open.

De volgende ochtend maken we in de tempel eerst nog een deel van een ceremonie mee. Wie denkt dat Tibetaanse boeddhisten vroom zijn, komt bedrogen uit. Het gaat er nogal slordig aan toe. Af en toe loopt men weg en komt weer terug, reciteren doe je soms wel, soms niet. En de beschikking over een mobieltje blijkt tijdens de ceremonie ook wel handig te zijn.
Om 8.30 uur hebben we gezamenlijk ontbijt en daarna vertrekt het grootste deel van de groep met een truck de berg op. We nemen nog een serie andere pelgrims mee onderweg, zodat het al snel volle bak is. Niet alleen pelgrims stappen in, maar ook komt er een heleboel bagage bij voor o.a. het nonnenklooster.
Op pad naar het nonnenkloosterIn een uur rijden we naar boven tot de truck niet verder kan en lopen we verder naar het nonnenklooster. Ik vind dat lastig, want het ademen is moeilijk.
Bij het nonnenklooster houden we even een stop en krijgen we nog een rondleiding. Hierna stijgen we verder, want het doel is een paar grotten die nog hoger liggen. Ik loop nog een heel eind mee, maar besluit uiteindelijk om terug te gaan, want het ademen wordt steeds lastiger en ik weet van mezelf ook, dat afdalen een hele klus wordt. Ik heb geen zin om de rest van de vakantie deze inspanning te moeten bezuren.
Ik ga terug, kijk nog wat rond in het klooster en zak verder af naar de plek waar de truck staat en wacht daar rustig op een terrasje.
Als de groep uiteindelijk weer terug komt, besluit een deel om verder naar beneden te lopen en ik ga met ze mee. Tenslotte ben ik weer op de juiste temperatuur. Uiteindelijk pikt de truck ons weer op en gaan we terug.

Terug naar Lhasa

Zaterdag vertrekken we met de truck naar de boot om weer de rivier over te steken. De planning is om onderweg naar Lhasa nog een tempel en een paleis te bezoeken, maar een reisgenoot heeft zware migraine en zelfs hallucinaties en angstpsychose; de hoogte heeft haar ook te pakken. We besluiten rechtstreeks naar Lhasa te gaan.
Standbeeld van yaks in LhasaIk ga dan ’s middags naar het bookstore café om te zien wat men daar aan lectuur heeft. Ik bestel koffie, maar de juffrouw die daar werkt begrijpt dat wel, maar weet niet wat ze moet doen. Als ik ook nog iets te eten bestel, raakt ze in paniek, gaat de straat op om te zien of er daar hulp is en belt met haar mobieltje. Ze blijft lachen, maar er gebeurt verder helemaal niets. Nadat ik bij de boeken ben uitgekeken en er nog steeds niets is gebracht neem ik met een lach afscheid. Ze lacht (opgelucht?) terug.
Ik loop naar de Tibet Music Shop voorbij het Pottala en koop daar een boekje over Tibet; de cd’s zeggen me niets, dus die laat ik maar staan. Dan ga ik met de riksja naar het Tibethotel, want in de buurt moet daar een goede boekwinkel zijn. Maar deze blijkt niet mer te bestaan. Dat heb je als je een gids uit 2000 gebruikt!!
Ik loop terug via een mooie, maar lange route langs de rivier. Over Dream Island kom ik uiteindelijk weer in het hotel, waar ik relax op het boventerras met een lekker biertje.
Kort daarna komt de hele groep daar, want Pieter is vandaag jarig: hij is 60 geworden. Dat is dus feliciteren, zingen en een cadeautje.

Naar Ganden

In de stromende regen vertrekken we de volgende dag naar Ganden, een klooster dat op 4200 m hoogte ligt. Tijdens de culturele revolutie is het volledig verwoest, maar sinds 1990 wordt het weer herbouwd in de oorspronkelijke staat. We bezoeken het complex, dat in veel opzichten lijkt op de tempels en kloosters die we al eerder gezien hebben. Voor de Tibetaan, die zich bewust is van zijn eigen geschiedenis zullen dit soort kloosters een belangrijke rol spelen, maar voor de toerist is dit ‘het zoveelste van hetzelfde’. Helemaal eerlijk is dat niet, want er wordt ontzettend veel zorg besteed aan herbouw en het levend houden van de traditie. Er wordt echter in deze reis een behoorlijk aantal tempels en kloosters bezocht in betrekkelijk korte tijd, dus treedt er al snel een soort ‘tempelmoeheid’ op.
Jammer is dat we door het slechte weer geen mooi uitzicht hebben.
Na de lunch in het restaurant van het klooster klaart het gelukkig wat op en loopt een deel van de groep de kora en krijgen we alsnog de mooie uitzichten over de vallei en de omgeving.
Om 16.00 uur zijn we terug in het hotel en is het even rusttijd. Al dat geloop en geklim iedere dag gaat je niet in je kouwe kleren zitten.

De tweede dag in Ganden gaan we naar de Kambapas op 4794m hoogte. We lopen een half uur vertraging op omdat een zeer agressieve Tibetaan ons tegenhoudt door voor de bus te gaan staan. Meneer was beledigd toen hij met zijn auto weer de weg op wilde en onze chauffeur hem geen ruimte gaf (wat terecht was) en blijkbaar ook nog gereageerd had op de agressieve scheldpartij van meneer A.T. (Agressieve Tibetaan). De man ging helemaal door het lint en niemand kon hem tot Uitzicht bij de Kambapasrede brengen. Afijn, na en half uur gaf hij het uiteindelijk op en konden we door.
We bereiken de pas en hebben een prachtig uitzicht over het turkooizen meer. Bovenop is het een drukte van belang met allemaal Tibetanen die souvenirs verkopen of klaar staan met een yak of Tibetaanse hond warmee je op de foto kunt. Ik laat dat allemaal maar links liggen en neem wat foto’s van de omgeving en natuurlijk van dat circus.
We kunnen de weg verder niet gebruiken naar Gyantse vanwege wegwerkzaamheden. We rijden dus dezelfde weg weer terug naar beneden en gaan over de oude weg richting Gyantse. De tocht is schitterend en voert langs de rivier en prachtige berglandschappen.
Probleem van het rijden in Tibet is, dat er voor iedere provincie weer een nieuwe permit nodig is, zodat we vaak moeten wachten in een file.
Onderweg maken we een stop, omdat we plotseling een feest zien waar paardenraces worden gehouden. Erg leuk om mee te maken, want dit is nog echt traditioneel.

Gyantse

In Gyantse maak ik met een kleine groep wandeling door het Tibetaanse gedeelte van de stad. Dit is een typische plattelandsstad, waar het boerenleven volop aanwezig is. Straat in GyantseDe koeien liggen op straat of staan voor het huis. Ze zien er niet erg best ui, zijn allemaal vastgebonden en eten stro.
Vervolgens beklim ik de grote stoepa. Volgens het verhaal de grootste ter wereld, maar aanmerkelijk kleiner dan de stoepa in Nakhon Pathom in Thailand. Ik loop alle verdiepingen rondom en bezoek hierna de andere tempels hier.
Lunchen doen we in het enige restaurant in de buurt, waar de kinderen van de eigenaresse ons bedienen. In Nederland zou dat niet kunnen, maar hier ziet het er “schattig” uit. We eten allemaal soep en aangezien ze steeds een steile trap op moeten wordt er nog wel wat gemorst op het dienblad. De oudste van de twee gooit dat iedere keer keurig in een emmer; de jongste gooit het gewoon op de grond.
We lopen na de lunch de kora om het complex en bezoeken daarna de jaarmarkt, want het is een paar dagen groot feest. Jammer dat mijn batterij leeg is, want ik kan geen foto’s maken van de vele leuke gokspelletjes die hier gespeeld worden.

Shigatse

op de boerderijVandaag is het weer een reisdag, want we gaan naar Shigatse. Onderweg maken we een stop bij een boerderij en mogen daar alles bekijken. We worden gastvrij ontvangen met yakboterthee en eigen gebrouwen bier.
Om ongeveer 12.00 uur zijn we in Shigatse. We lunchen in een Tibetaans restaurant. Daarna loop ik met een paar anderen door de stad.
Om 15.30 uur zijn we bij de ingang van Tashilumpo, een kloostercomplex van de monniken met de gele kappen. Hier mogen alleen maar gidsen rondleiden die een Chinese opleiding hebben gevolgd. Tibetaanse gidsen, die in India geweest zijn, mogen niet naar binnen. In dit klooster is het ook niet duidelijk welke monniken hier aan de Chinese of aan de Tibetaanse kant staan, dus moet je oppassen met wat je zegt.
monniken van de orde van de geelhoeden in ShigatseHet klooster wordt erg commercieel gerund. Hoewel je in ieder klooster of tempel ongeveer ¥ 20 of ¥ 10 moet betalen voor het nemen van foto’s of het maken van een video, lopen de prijzen hier uiteen van ¥75 tot ¥200; voor een video zelfs van ¥500 tot ¥1800. Wie betaal er nu € 180 voor een video? Belachelijk, maar het past wel in de sfeer: de monniken zijn ook een stuk minder vriendelijk dan die we tot nu zijn tegen gekomen.
Met anderen loop ik de kora om het hele complex en we verlengen dat zelfs door om de nep-Pottala te lopen, een slechte replica van de Pottala in Lhasa.
’s Avonds is het jongerenavond, want dan eet ik eerst met de vier jongsten van de groep en ga met drie van hen naar de disco. Ook een groepje van Shoestring, dat in hetzelfde hotel logeert, gaat mee.
We dansen een Tibetaanse volksdans in een kringetje en om 23.30 uur begint een show. Deze bestaat uit volksdans, volksmuziek, humor, zang, enz. en duurt eindeloos, zodat we om 1.30 uur besluiten om maar terug te gaan. In de zaal zit publiek dat varieert van moeders met baby’s tot omaatjes.

Terug naar Lhasa

Om 8 uur vertrekken we in de stromende regen, zodat het plan om via de noordelijke Friendshiproad en een hoge pas te rijden, niet door kan gaan. Het wordt te gevaarlijk om in dit weer die pas te rijden en bovendien is er nu ook geen uitzicht.
We stoppen nog wel bij een blindenboerderij, dat onderdeel is van een blindenproject waar sommigen van de groep in Lhasa ook al op bezoek geweest zijn en dat door Sawadee gesponsord wordt. Helaas blijken de kinderen op vakantie te zijn, dus gaan we niet naar binnen.
Na veel tussenstops onderweg (vergunningen, snelheidscontroles) zijn we om 14.00 uur in Lhasa en ga ik met Kees en Ida nog wat de stad in om o.a. een cadeautje te kopen voor Pieter, onze reisleider.
Het afscheidsdiner met de hele groep is in Tashi 2. Het is een gezellige avond en een leuke afsluiting van een reis en groep zonder enige dissonanten. Al geldt dat natuurlijk niet voor de deelnemers voor wie de reis anders verlopen is door de (hoogte)ziekte.

De laatste dag in Lhasa

Festival bij de Ramochetempel in LhasaNa het ontbijt ga ik naar de Ramoche tempel waar het een drukte van belang is. Het lijkt wel een speciaal festival omdat heel veel mensen met een speciaal voorwerp – een soort versierde stok of bezem – naar de tempel gaan. Uiteraard loop ik ook de kora om de tempel en geniet van het schouwspel, dat zich voor de tempel afspeelt.
Ik bezoek ook de naastliggende tempel, Tsepak Lhakhang, waar mensen in een hoog tempo om het beeld hun kora lopen. Hierna ga ik nog naar de school Gyume tegenover het Kirey Hotel en het Meru Sarpa Klooster daar in de buurt, zodat ik alle tempels nu wel gehad heb volgens de Lonely Planet. Het voordeel van deze complexen is, is dat je er geen toeristen ziet en de Tibetanen nog ongestoord hun rituelen kunnen uitvoeren.
's Middags vertrekken we met het vliegtuig naar Chengdu. Van daaruit vertrekken we de volgend emorgen (28 juli) naar Amsterdam. En komt er een eind aan een reis door een land met een mooie, oude cultuur; helaas overheerst door de Chinezen, die weinig respect tonen voor deze cultuur.