(Leestijd: 13 - 25 minuten)

Reisverslag INDONESIË: Sumatra, Nias en Siberut

van 1 t/m 29 augustus 1993

In 1993 maak ik met Baobab de zogenaamde Trans-Sumatrareis. De reis begint in Medan en eindigt - na een oversteek naar Java - in Labuhanbanjo op Java.
Hoogtepunten van de reis zijn de bezoeken aan de eilanden Nias en Siberut. De groep bestaat uit 10 personen

Bij het maken van het verslag voor de website (november 2009) ontdek ik, dat mijn dagboek in 1993 allesbehalve volledig is. Met de aantekeningen, wat zoekwerk en herinneringen wordt deze reis dus opgetekend. Op deze reis heb ik geen foto's, maar dia's gemaakt, die ik heb ingescand. Kwalitatief kom je dus geen hoogstandjes tegen.

De reis is overigens één van de mooiste die ik heb gemaakt, want het bezoek aan met name Siberut en de daar wonende Mentawai heeft een diepe indruk op me achtergelaten.

De start van de reis

We vertrekken met ruim 2 uur vertraging van Schiphol. Gelukkig heeft men in Singapore gewacht met de aansluitende vlucht, want een groep van 50 Baobabbers, mis je toch wel in zo'n vliegtuig. Een goede service overigens van Silkair.
In Medan gaan we met de groep van 10 verder; de andere 40 gaan met een ander programma aan de gang. Wij gaan naar Hotel de Boer of zoals het nu heet: Dharma Deli Hotel. De dag niet veel meer gedaan: eventjes de stad in, wat zwemmen in het zwembad en 's avonds met de hele groep gegeten in een Chinese warung.

De volgende dag begint de reis pas echt, want dan gaan we naar Nias.

Nias, mooi eiland

landing op Nias naast de landingsbaanVan 3 t/m 7 augustus 1993 verblijven we op Nias. De eerste dag vertrekken we al vroeg met Smac Airways vanaf Medan op Sumatra in een klein vliegtuig: Geen demonstratie om ons te laten zien wat je moet doen in noodgevallen, geen hapjes en drankjes. Na een mooie vlucht komen we met een smak neer: klapband!! Het vliegtuig raakt van de landingsbaan en kan nog net voor de bosrand remmen. De brandweer is er snel bij, maar hoeft verder niets te doen. We stappen in het gras uit het vliegtuig. Gelukkig is er niets ernstigs gebeurd.

We rijden met een busje naar het dichtstbijzijnde dorp en doen inkopen op de markt. Op het strand wordt een heerlijke lunch bereid, waarbij de vis boven een vuurtje wordt geroosterd. Met de bus gaan we nog een stuk verder, maar onderweg worden we gedropt en mogen we verder lopen.
Een moeilijk begaanbaar voetpad op NiasDe tocht gaat 1,5 uur lang bergopwaarts over paden met ongelijke stenen, door rivieren en door de regen. Omdat de bagage op de rug mee moest was het een zware start van deze vakantie. Ik was aan het einde helemaal kapot en had blaren op de kleine tenen. Na enkele liters thee en water gedronken te hebben kwam ik na zo'n twee uur weer bij. Vervolgens kunnen we in een riviertje mandiën, waarbij we vergezeld worden van een horde kinderen en een enorme stortbui. De kinderen gaan met ons het water in. Omdat wij een zwembroek aan moeten is het omkleden nogal een gedoe. Bruine Niaskindertjes kijken goed naar witte mensen, vooral als ze hun broek uittrekken, want zit daar nu wel hetzelfde als bij hun? Met de kinderen de rivier in en dat werd een gezellige boel.
Op de terugweg zingen we met z'n allen het bekende Indonesische liedje 'Burung kakatua'.
Vervolgens wordt er gevolleybald en dat veroorzaakt heel wat hilariteit. Vooral de vrouwen vinden die lange Hollanders prachtig en de kleine mannetjes van Nias springen hoog om dezelfde hoogte te krijgen. Dat halen ze niet, maar volleyballen kunnen ze wel heel goed. Na het diner van rijst, kip, ei en komkommer gaan we om 21.00 uur naar bed onder het toeziend oog van tientallen kinderen, die uiteindelijk om 22.00 uur worden weggestuurd. Dat is wel even wennen, want vanaf onze aankomst in de rumah adat, het huis waar we logeren, staan er permanent veel kinderen en volwassenen alleen maar te kijken wat we allemaal aan het doen zijn. Het zijn twee totaal verschillende werelden.

De volgende ochtend vertrekken we al vroeg voor een wandeltocht van zo'n 3 uur. Door de blaren, die al kapot zijn, valt het lopen erg moeilijk. Daarnaast zijn de stenen paden glad van de regen, dus dat is glibberen en glijden. Na veel gezucht, gescheld en drinken komen we in een dorpje waar we weer op de bus kunnen stappen. Omdat we moeten wachten breng ik even een bezoekje aan een school, waar flink wordt gezongen en de juf met trots de rekenkunsten van de klas presenteert. De klas van 72 kinderen dreunt de tafel van 2 keurig op en juf is zeer tevreden.
dorp op NiasMet de bus rijden we in ruim 4 uur naar Zuid Nias, waar we in Lagundri in een losmen terechtkomen. Weer ben ik volkomen uitgeteld en heb het gevoel, dat ik al weken onderweg ben. Het is echter pas de 4e dag van de vakantie!! Lagundri is schitterend: we zitten aan een prachtige baai en de kamer staat op het strand: zo uit je bed de zee in.

De volgende ochtend zijn we vrij en kunnen dus van het strand en de zee genieten. We vertrekken om 12.30 uur voor een trek door Zuid-Nias. Gelukkig is deze wandeling minder zwaar dan die van de voorgaande dagen of misschien ben ik nu beter geacclimatiseerd. Om 16.00 uur komen we in Botohili. Ik loop wat door het dorp, waar de mensen zeer aardig zijn, al zijn ze hier meer aan toeristen gewend dan in het noorden. Na het eten gaan we naar de plaatselijke "kroeg". Dit is dus gewoon een winkel, waar men lokale wijn verkoopt. De wijn valt echter nogal zwaar en dus wordt door de gids ergens anders bier gehaald en met nog een paar andere toeristen en veel dorpsbewoners wordt het een gezellige avond. Samengeperst zingen we met z'n allen en als er weer een beetje ruimte is, wordt er ook nog gedanst. Om middernacht terug door de regen om lekker te slapen op mijn slaapmatje.

Concurrerende volksdansgroepen op NiasNa het ontbijt de volgende morgen is er plotseling veel herrie. Er is ruzie en Niassers praten dan niet alleen erg hard, maar staan dan met hun hele lijf te trillen van de emoties. Oorzaak van de ruzie is het dansen, dat voor ons geregeld is. Vroeger was er één dansgroep, maar door een of ander geschil zijn er nu twee en die willen allebei aan de toeristen verdienen. De ene groep wil niet dat de andere groep voorgetrokken wordt. Dankzij het toerisme is het dorp dus op deze manier in tweeën verdeeld. Het slot van het liedje is, dat beide groepen voor ons optreden met een half programma.
Leuk om te zien, vooral als blijkt dat het hele dorp ook staat te kijken en van de optredens geniet. Bovendien is er tussen de groepen nog een soort concurrentiestrijd aan de gang van 'wie doet het het beste'? Onze reisleidster moet na afloop de beide groepen in het openbaar uitbetalen, zodat duidelijk is dat de ene groep niet meer krijgt dan de andere. Na deze geschillen gaan we weer op trek: 3 uur lopen in de regen tot we door het busje weer opgepikt worden. Dit brengt ons weer naar Lagundri waar ik meteen de zee induik en alle vermoeidheid wegspoel.
Na de lunch heb ik een heerlijke massage geregeld, want de conditie is er in het afgelopen jaar niet op vooruit gegaan. En dat merk je best na zo'n 4 dagen lopen over onbegaanbare paden. Verder is het een middagje lekker relaxen en dat mag ook wel na die vermoeiende tochten. Nias is overigens een schitterend eiland, dat in geen enkel opzicht te vergelijken is met een ander mij bekend Indonesisch eiland. De ontwikkeling van al die eilanden zijn allemaal volgens een eigen weg gegaan, vandaar al die verschillen.
's Avonds krijgen we heerlijk kreeft. Er is ruim voldoende, want er zijn al drie zieken in de groep die nu niet mee-eten. Na het eten verdwijnen er nog snel twee naar bed. Het lijkt wel een afvalrace. Maar in ieder geval is er daardoor verse kreeft volop en die heb ik me heerlijk laten smaken. De volgende morgen vertrekken we naar Gunungsitoli. Hier kunnen we ons wat verfrissen en krijgen we nog een uitgebreide maaltijd voor we 's avonds het eiland zullen verlaten.

Om 19.00 uur vertrekken we naar de boot waar we inschepen en iedereen een eigen 'sjoelbak' heeft voor bagage en slapen: je hebt net ruimte genoeg om je armen naast je neer te leggen, want meer ruimte is er niet en je moet ook niet plotseling rechtop gaan zitten, want dat is slecht voor je hoofd. De boot heeft meer passagiers dan is toegestaan, want overal zitten, hangen en liggen mensen. Het is zeer benauwd, maar gelukkig is op het achterdek nog wat ruimte om te luchten.

Over Sumatra

Na de dagen op Nias komen we op 8 augustus 's morgens om 7 uur in Sibolga aan. Hier stappen we op de bus, die ons verder door Sumatra zal voeren.
Onderweg wordt ook gestopt bij de Pesantren, de moslimschool met 7000 leerlingen, die allemaal in kleine hutjes wonen. Vorig jaar ben ik hier ook geweest en ook nu weer worden we allemaal uitgenodigd in de huisjes te komen kijken.
Bij een rivier stoppen we bij een goudzoeker, die zowaar nog goud gevonden heeft ook. Het zijn slechts een paar korrels en ik kom er niet achter hoe lang hij hierover heeft gedaan.
Een derde stop is bij de evenaar. Er staan nu meer gebouwen als vorige keer, er zijn meer T-shirtverkopers en bovendien is hun manier van verkopen agressiever geworden, helaas.
Om 19.00 uur zijn we in Bukittinggi, in hotel Dyksman, een luxe hotel. Later op straat word ik er ook op aangesproken, want als je in dat hotel zit moet je wel heel rijk zijn. Het is het duurste hotel van de stad.
In het hotel eerst een bad genomen met warm water om al het vuil van de afgelopen dagen er eens goed af te spoelen.
De volgende ochtend besteden we aan Bukittinggi: na de markt gaan we naar de dierentuin. Hier zijn zeer veel lege hokken en kooien en de rest ziet er nogal verwaarloosd uit. In de dierentuin bevindt zich ook het museum waar van alles en nog wat bij elkaar is geschraapt. Wel veel traditionele Minangkabau-zaken en kostuums.
's Middags gaan we naar Padang, waar we nog een paar uur de tijd hebben voordat we weer op de boot moeten. Padang is een grote industriestad en er is weinig te zien. We wandelen langs de haven waar nog wat vergane "Hollandse glorie" is: pakhuizen die half zijn ingestort, maar waarvan de voorgevel nog zodanig overeind staat, dat je je iets kunt voorstellen bij de vroegere betekenis van deze haven. In de buurt is echter ook nog een aardige Chinese tempel, waar een oude man ons in perfect Nederlands het een en ander uitlegt over de beelden, de ceremonies en het tempelgebeuren.
Na een lekkere portie martabak vertrekken we dan uiteindelijk naar Siberut.

Siberut, gebied van de Mentawai

Kaart van de Mentawai eilandenOp zee overstappen om naar Siberut te gaanMet de boot vanaf Padang komen we in de in de buurt van Siberut om 6.30 uur en daar gaat de boot voor anker, omdat hij niet dichterbij het eiland kan komen. Langszij komen lange smalle boten en daarin moeten we overstappen. In een klein pensionnetje een hapje gegeten om daarna nog wat rond te wandelen in Muarasiberut, de "hoofdstad" van het eiland.
Na het ontbijt lopen we met de bagage op de rug naar een haventje, waar twee boten voor ons klaar liggen. Er volgt een schitterende tocht van zo'n 2 uur over de rivier met verrassende gezichten op de jungle. Af en toe komt een kano langs met vissende vrouwen. De zon brandt behoorlijk en er is geen beschutting in de open boot.
Op de plaats van aankomst staan al heel wat mensen te wachten, die ons met een handdruk en het Siberuts "Anai leu ita" welkom heten. Het Siberuts is een heel aparte taal, die in de verste verte niet lijkt op Indonesisch of Maleis.

Als we soms dachten dat we er al waren, omdat de mensen ons zo vriendelijk welkom heten, dan komen we bedrogen uit: er staat nog een fikse wandeling voor de boeg. En daarmee begint het echte leven op Siberut. Er zijn geen paden, maar de doorgangen door de jungle bestaan uit in de lengte achter elkaar gelegde boomstammen en -stammetjes. Het is de bedoeling dat je erover loopt, want anders loop je het risico in de blubber te zakken. Op deze manier wordt het een zeer zware en vermoeiende tocht, want niemand kan ook maar enigszins met de aangetrokken zware wandelschoenen op de stammetjes blijven. Dat is dus glibberen, glijden en vloeken.
Na zo'n anderhalf uur zweten, zwoegen, zuchten en zuigen komen we dan op de plaats van bestemming: het rumah adat van een familie. De mensen hier zijn zeer vriendelijk; een aantal groepsleden minder. Zij balen ontzettend vanwege de omstandigheden en besluiten om de komende dagen niet meer van de plaats af te komen: één zo'n wandeling is genoeg!!
Gelukkig kunnen we bijkomen met zeer veel thee om al het verloren gegane zweet weer aan te vullen. En ook klaart dan het humeur van die groepsleden weer een beetje op.

Ik sla mijn eigen boomschors voor mijn kleding op SiberutIntussen krijgen we ook wat meer oog voor de omgeving: varkens, kippen, blubber en kijkende mensen.
Zowel de kippen als de varkens eten sago uit een voorgewerkt stuk boomstam en uiteraard vermaken de varkens zich best in de overal liggende prut.
De lunch bestaat uit meegebrachte indomie en zo komt het zoutgehalte ook weer aardig op peil. Tijdens deze lunch begint het plotseling te hozen. Dat doet meteen denken aan het verhaal, dat het op Siberut minimaal 300 dagen per jaar regent ..... . Dat is goed voor het prutgehalte de komende dagen en bovendien worden de stammetjes dan een stuk gladder. Dat zal wel mooie capriolen te zien geven.
's Middags moet er weer gelopen worden. Zelfs degenen die geen voet meer zouden verzetten zijn nu over de eerste reactie heen en lopen toch mee. De eerste drie kwartier gaat de wandeling over eenzelfde soort 'pad' als vanmorgen. Maar we hebben al een beter inzicht waar je wel en waar je niet naast de balken kunt staan. Soms echter zijn de doorgangen zo moeilijk, dat je wel tot over je enkels in de prut zakt. Maar alles went.
Na dit eerste stuk moet er nog een hele afstand afgelegd worden dwars door de jungle. De mensen van het dorp kunnen feilloos de richting bepalen. We zijn op zoek naar een bepaalde boom. Uiteindelijk wordt deze gevonden en gekapt. Daarna wordt de bast eraf geschild; vervolgens de buitenbast van de binnenbast gescheiden en deze laatste wordt dan opgerold en meegenomen.
Terug bij huis moet er gewerkt worden. Met speciale hamers wordt de bast bewerkt: platgeslagen zodat er een soort 'stof' ontstaat doordat de harde vezels zachter worden. Daarna wordt dit gewassen in de rivier en te drogen gehangen. Uiteindelijk moet dit onze kleding worden.
Na deze arbeid is het goed baden in de kamar mandi van de familie: het riviertje dat even verderop stroomt en waar je via een glibberig pad kunt komen. Onder de modder kom je dus weer thuis.
's Avonds gedineerd met rijst, groenten en sardines. Allemaal meegenomen spul, want het eten van de mensen hier kunnen wij slecht verdragen. Om 21.00 uur naar bed onder de klamboe.

sago schaven op SiberutDe volgende morgen staan we om 6.15 uur op en na het ontbijt begint de werkdag met sago vijlen: een dikke stam ligt op de grond en aan weerszijden zitten de mensen met een grote rasp, die heen en weer gehaald wordt. De geraspte sago wordt met een scherp mes verder fijn gehakt en in een mand gedaan. Dan wordt het vervoerd en 'gewassen' en geperst in een grote bak met water. Van daaruit loopt water met geperst sago in een andere bak en het bezinksel daarvan is het uiteindelijke meel, dat gebruikt wordt voor de consumptie.
Na een theepauze vertrekken we met mannen en vrouwen het bos in en na zo'n 20 minuten klauteren vinden we een boom, die gekapt wordt en open gehakt. Men is op zoek naar houtmolm, want daarin bevinden zich grote witte larven van een tor. Deze wordt gegeten als lekkernij. Dat eten laten we graag aan de mensen hier over. Zelf hebben we niet zo'n trek.

Inwijden van de gong

Na terugkeer wordt de gong ingewijd. Deze gong is een geschenk van Buhlullu, de gids die nu voor het laatst is en afscheid neemt. Bij de mentawai moeten dode dingen ingewijd worden om ze een ziel te geven. Deze ziel moet van een levend wezen overgebracht worden op een dood wezen. Met een zwarte kip wordt een bepaalde ceremonie uitgevoerd waarna men met dit beest rondloopt en iedereen aanraakt. Daarna wordt de nek omgedraaid en heeft het beest haar functie vervuld. Inmiddels is ook een varken gevangen en die moet er dus ook nog aan geloven. Een soort rituele slachting, waarbij bloed uit de halsslagader wegloopt, betekent het einde van het dier.
Beide beesten worden overigens later wel opgegeten, zodat niets verloren gaat.

's Middags begint het te stortregenen en de rest van de middag wordt het niet meer droog. Dus dat is luieren, lezen, schrijven, kletsen.
Het diner bestaat uit patat (!!) Na het eten is het zingen geblazen, de Mentawai zingen hun eigen liederen en de Nederlanders? Schaamte? Minderwaardigheidscomplex? Ik weet het niet, maar bijna niemand wil iets terugdoen. Dan begin ik maar alleen, wat door de mensen gewaardeerd wordt. De rest van de groep was helaas niet echt ondersteunend.

Ook de volgende dag is het weer om 6.15 uur opstaan en na het ontbijt vertrekken we om 7.30 uur voor de apenjacht. Bij de inwijding van de gong hoort immers ook nog het vangen en doden van een aap. Pas dan kan men er echt vanuit gaan dat de ziel in de gong is getreden.
We lopen zo'n 3 uur door het oerwoud. De groep die de echte jacht doet is al ver voor ons vertrokken. Immers, wij zouden alle apen wegjagen met ons gebonk van de wandelschoenen, gezucht, gesnuif en gesteun. Maar uiteindelijk vinden we deze echte jagersgroep, die nog niets gevangen blijkt te hebben. Apen komen ook niet zoveel meer voor op Siberut en bovendien hebben de apen een instinct ontwikkeld, dat ze zich niet laten zien als er jacht op hen wordt gemaakt. Ook apen hebben blijkbaar hun overlevingsstrategie.
We gaan weer terug naar de rumah adat, terwijl de jagers nog doorgaan. We duiken de rivier maar in voor een flinke wasbeurt. Door de regen van gister is de rivier zo'n 1,5 meter gestegen en kan er nu lekker gebaad worden.
De middag verder doorgebracht met luieren en wat in de buurt van het huis rondkijken om wat foto's te maken.

Dansen met de Mentawai

Mentawai kinderen met drumsAan het begin van de avond zit de rumah stampvol met gasten uit naburige rumahs. Tenslotte is het onze laatste avond en staat er een feest op het programma. 's Middags is er een varken gevangen, dat door ons aangeboden wordt om 's avonds lekker op te peuzelen. Het beest wordt helemaal verdeeld onder ons en de gasten.
Twee medicijnmannen zijn bezig zich gereed te maken voor een sessie. Ze kleden zich, wrijven kruiden dooreen onder het zingen van rituele liederen. Ron krijgt uiteindelijk een behandeling aan zijn knie, omdat hij behoorlijk last heeft van zijn meniscus. Volgens hem helpt het helemaal niet. Maar voor ons is het wel een prachtig voorbeeld hoe de medicijnmannen hun patiënten behandelen. Knietje lekker insmeren met kruidenprutje, de geest eruit verdrijven en naar buiten sturen.

Na het avondeten is het tijd om te dansen: we kleden ons in de rituele kleding. De lendendoeken van boomschors gaan aan, er worden wat takken tussen gestoken, een band van palmbladeren om het hoofd en daar ook wat takjes tussen en een kralenketting om. Niet iedereen van de groep doet mee omdat ze zich belachelijk voelen. Nu moet ik ook wel zeggen, dat het niet helemaal mijn smaak is, maar de mensen hier vatten het allemaal serieus op en waarderen het erg als je meedoet. Dus waarom zou het belachelijk zijn.
Afijn met al die puur natuur aan je lichaam moet er dan ook nog gedanst worden. Er zijn een aantal drummers die het ritme bepalen en de medicijnman doet het eerst een keertje voor. Daarna wordt iedereen uit de groep die mee wil doen uitgenodigd. Dat gaat om de beurt en ik mag het spits afbijten. Hoewel het allemaal heel simpel lijkt valt het toch behoorlijk tegen en is het erg vermoeiend. Omdat je met gebogen knieën moet dansen heb je weinig steun en is het moeilijk je evenwicht te bewaren. Wat eerst zo'n kort dansje leek, lijkt nu eindeloos lang te duren. Maar gelukkig, er komt toch een eind aan, want de trommels moeten weer opnieuw gestemd worden.
Het stemmen van de trommels gaat bij het vuur. Door ze dicht bij het vuur te houden spannen de vliezen op de trommels weer en komt er weer een beter geluid uit. Tijdens het afkoelen verandert dat geluid en moet er weer opnieuw gestemd worden. dat stemmen is dus na iedere dans nodig en in die tussentijd onderhoudt iedereen zich door gezellig te kletsen: Siberuts, Indonesisch en Nederlands. Zeer intercultureel.
Na het feest worden de bedden gereed gemaakt. Het is vannacht wel een zeer volle bak, want alle gasten uit de naburige rumah blijven ook slapen, dus dat is lekker dicht tegen elkaar aan liggen.

Terug naar Sumatra

Als je denkt lekker te kunnen uitslapen na zo'n feest moet je hier niet zijn: om 5.00 uur staat iedereen op. Het is een lekker rommeltje met zoveel mensen.
Om 6.00 uur vertrekken we voor een laatste wandeling door de jungle en over de boomstammetjes. Na het afscheid van alle aardige mensen hier maken we weer een lastige tocht, maar we zijn al aardig gewend en na een uur lopen komen we bij de rivier, waar de boten al voor ons klaar liggen.
Met de boot gaan we terug naar Moarasiberut. Doordat we stroomafwaarts gaan en de stroom vanwege de regenval aardig sterk is, zijn we daar in een uur. Het is best mooi om te zien hoe groot het verschil is met de heenweg.
Voor we op de boot naar Sumatra stappen ontbijten we nog even en om 9.30 uur vertrekken we. Er zijn ook enkele mensen van de familie waar we gelogeerd hebben mee: een oude vrouw, die ziek is en onderzocht moet worden met haar kinderen. Voor haar is het de eerste keer dat ze uit haar vertrouwde omgeving is.
Om 17.45 uur komen we in Padang aan en betekent dit het einde van een paar dagen leven in een totaal andere cultuur. Een fantastische ervaring.

In Padang halen we de spulen op die we niet mee hebben genomen naar Siberut. We gaa naar het Panggeran Hotel, een zeer luxe hotel en een enorm contrast met de afgelopen dagen.
We eten 's avonds ook luxe in de tuin van een Chinees restaurant. Toch wel weer lekker dat decadente. Het eten is voortreffelijk, maar je krijgt kiespijn van de afschuwelijke achtergrondmuziek. Maar ja, de jongen achter de synthesizer doet zijn best, al hebben we wel het gevoel, dat het ongeveer de tweede of derde keer moet zijn, dat hij het ding ziet.

zaterdag 14 augustus
Om 6.45 uur opgestaan met buiten herrie van ochtendgymnastiek van een naburige fabriek: satu, dua, satu, dua,...
Na het "American Breakfast" vertrekken we om 8.30 uur en arriveren 40 minuten later al in Bungus Bay in hotel Bagus Bungus Beach. De omgeving is best aardig. Jacqueline had gepland om de hele groep naar een of ander eilandje te sturen, want dan kon je heerlijk snorkelen. Aangezien het strand hier best mooi is en de omgeving erg rustig, besluit ik om niet mee te gaan en een dagje lekker te luieren. We vliegen al genoeg van de ene plaats naar de andere.
In de ochtend wat gewinkeld. Tussen de middag met Jaap, Tom en Ron heerlijk padang gegeten en 's middags gelezen, gezwommen en het vissen vanaf het strand gevolgd. Uiteraard ook een pintje gevat, want dat hoort bij zo'n luie dag. Aan het eind van de middag met z'n vieren een borreluurtje gehouden.
's Avonds nog een strandwandeling gemaakt en naar de krabbetjes gekeken, die hier veelvuldig lopen en waar de vervelende plaatselijke jeugd mee gaat voetballen omdat ze denken, dat de toeristen dat leuk vinden. Dat negeren we dus maar en dan is het gauw afgelopen.

De volgende morgen om 6.00 uur op en om 7.00 uur vertrek voor een lange rit naar Sungeipenuh, waar we om 17.15 uur aankomen.
De route is schitterend: eerst langs de kust en daarna landinwaarts door het gebergte. De bochtige weg voert door primair regenwoud en we kunnen er ook nog een uur wandelen.
In Sungeipenuh verblijven we in Hotel Matahari met een zeer slechte kamer en vieze badkamer. Maar ja, je doet het er maar mee.
Vlakbij het hotel was een hoop herrie: er stonden veel mensen naar een podium te kijken omdat daar een band zou optreden. Na met de plaatselijke jeugd gebabbeld te hebben, begon het fantastische optreden om 21.00 uur. De muziek was voornamelijk hard en de geluidsinstallatie vervormde dit zodanig, dat het pijn aan je oren deed. We zijn dus maar gauw weggegaan, terwijl alle Indonesiërs het juist prachtig vonden.
In het hotel was niets meer te beleven, dus dan maar om 21.30 uur naar bed.

Kijkje in de theefabriek en klimmen op de vulkaan

De volgende morgen in het dorp ontbeten. Het is een gezellige, kleine plaats met een centrumfunctie en daardoor vrij druk. We gaan naar een theefabriek Kayu Aro. Met een rondleiding door deze fabriek raakten we op de hoogte van het hele proces waaraan theebladen worden onderworpen voordat het thee is zoals wij het uit een pakje kennen. Erg interessant en nu maar hopen, dat de dia's gelukt zijn, want het was vrij donker in de fabriek.
Na deze fabriek reden we door de uitgestrekte theeplantages die bij deze fabriek horen en waarop flink geplukt werd. datum en tijd schijnen bij de theeverwerking heel erg nauwkeurig te tellen. In de fabriek zag je ook steeds bordjes met daarop de datum en de tijd van pluk vermeld.
Na de lunch beklimmen we de Gunung Tujuh, die constant zo'n 45 graden omhoog gaat en dus zeer steil en zwaar is. Maar met een rustige, gestage pas kom ik er wel. Aan de top dalen we dan weer zeer steil af om bij het kratermeer te komen. Daar is dus verkoeling. Slechts 2 gaan er daadwerkelijk zwemmen, waaronder ik natuurlijk weer. Maar ik was er weer snel uit, want de kou trok door mijn hele lichaam. Voordat er krampen zouden komen, was ik er gelukkig weer uit. Dat was dus een tegenvaller. De omgeving is echter erg mooi en vergoedt veel van de vermoeiende klim en afdaling.
Na de afdaling ben ik weer bij ons onderkomen: een soort chalet, waar we de komende nacht zullen doorbrengen. Midden in het oerwoud met bloemen en vogels om ons heen. Schitterend. De twee gidsen zorgden voor het eten en dat ging er best in.

De volgende ochtend sta ik om 6.15 uur op en geniet van de vele vogelgeluiden. In de rode struiken voor het 'chalet' zijn vele kleine rode vogeltjes, die uit de bloemen de honing komen halen. Het zijn geen kolibri's, maar ongeveer wel net zo groot.
We wandelen naar een dorp via een mooie route en daar staat de bus weer. Even verder stoppen we bij de waterval "Letter W" en rijden daarna terug naar Sungeipenuh.
We lunchen al vroeg in Sinlak Deras. Hier is een restaurant dat heerlijke dendeng serveert, het streekgerecht dat we natuurlijk moeten proeven. Dendeng is gesneden geroosterd rundvlees: heerlijk.
's Middags met Ron het dorp in om te shoppen. Hoewel het dorp niet echt groot is, is er wel een eindeloze markt. Iedere keer dacht je dat je bij de laatste kramen was, maar dan stond er toch nog een hele serie.
Op straat wordt druk geoefend in het marcheren. dat ken ik ook nog van vorig jaar. Hoewel ik eerst dacht, dat dit allemaal voor de 17e augustus was, blijkt echter dat er apart marswedstrijden worden gehouden tussen de verschillende scholen. Het hoort wel allemaal bij de feesten, maar die vinden niet op de 17e zelf plaats. Er wordt weer 'fanatiek' geoefend en het leukste is, om ze uit de concentratie te halen. Dat lukt overigens vrij gemakkelijk, want ze houden zich eigenlijk met alles bezig, behalve met dat marcheren.
Aan het eind van de middag borrelen en eten met een paar van de groep. Heerlijke martabak! Daarna nog wat rondgelopen in het plaatsje.

Afscheid van Sumatra

Woensdag 18 augustus is het een lange rit naar Lubuklinggau. Via een mooie route, maar over een slecht wegdek kost het nogal wat tijd. Ook is er nog een tijdje oponthoud doordat een vrachtwagen is vast komen te zitten door de zware regenval. Er was al zwaar materieel bij, zodat we slechts zo'n 3 kwartier hoefden te wachten.
We lunchen in Bangko met heerlijke padang. Daarna over de Trans Sumatra Hoghway naar ons einddoel: hotel Lintas Sumatra. Hier was ik vorig jaar ook al geweest, maar toen was de hele avond de stroom uitgevallen in de stad, dus alles gebeurde bij kaarslicht. Nu was er wel stroom (slechts 10 minuten is er een onderbreking geweest) zodat alles beter te zien was.
Na het eten nog wat door de stad gelopen, waar het een drukte van belang was. Er was een open lucht bioscoop en daar stonden zo'n duizend mensen te kijken. Verder allerlei stalletjes en eetkraampjes. Heel gezellig.

donderdag 19 augustus
Weer om 6.00 uur uit de veren en om 7.00 uur vertrokken naar Pagaralam, waar we in Losmen Mirasa zullen verblijven.

Hierna ontbreekt de rest van het verslag.