(Leestijd: 11 - 22 minuten)

Kaart van Indonsië met mijn reisroute in 1991

INDONESIË: Sumatra, Java en Bali

8 december 1991 t/m 7 januari 1992

rivier in Gunung LeuserHet betreft een groepsreis van de organisatie Lito uit Leiden.
Op zondag 8 december vertrekken we van Schiphol om 10.00 uur en begint het ‘probleem’ met de tijd. Als je je klokje niet voortdurend verzet, raak je aardig in de war. Het is om 15.30 uur al donker en Singapore Airlines serveert dan een lunch!!
Na het ontbijt, dat om ongeveer 22.00 uur komt, wordt het om 23.30 uur licht en om 0.15 uur landen we in Singapore, waar het dan in werkelijkheid 7.15 uur is en maandag 9 december.
Hier gaan we door naar ons uitgangspunt voor de rondreis: Medan. Na de landing gaan we met taxi's naar Tip Top, een Oudhollands restaurant waar we koffie drinken. Uiteraard moet ook geld gewisseld worden: voor 1 gulden heb je al 1000 Roepia, dus dat wordt de komende weken in grote bedragen rekenen.
's Middag gaan we verder met de bus. We rijden naar Bukit Lawan, waar we in een guesthouse aan een rivier verblijven.

Bukit Lawang, opvangcentrum voor Orang Oetans

orang utan in Bukit Lawang op SumatraDinsdag vertrekken we vroeg naar het opvangcentrum voor orang-oetans. Met een bootje, dat aan een touw wordt voortgetrokken steken we de rivier over. Sommige dieren zitten nog in kooien, omdat ze pas zijn gearriveerd en eerst aan hun omgeving moeten wennen. De bedoeling is, dat de dieren die uit o.a. Taiwan komen en daar als huisdieren zijn gehouden, in dit reservaat weer in hun natuurlijke omgeving moeten leren leven. De enige plek waar we de 'vrije' apen goed kunnen zien is op de plaats waar ze twee keer per dag gevoederd worden. De verzorgers zitten klaar met het eten en de orang-oetans komen één voor één uit het oerwoud tevoorschijn.
's Middags krijgen we van Pim, onze reisleider, informatie over de reis en vertelt hij ook dat het programma aangepast is: het neushoornreservaat op Java gaat niet door en Yogyakarta wordt een dag langer. Ik had me speciaal op dat reservaat verheugd, dus dat is een tegenvaller.

Woensdagmorgen zijn we al om 5.00 uur uit de veren en gaan we weer naar Medan. Onderweg zien we een rubbertapper aan het werk. Eentonig en vermoeiend werk, wat maar zo'n 300 - 400 roepia per dag oplevert.
In Medan drinken we koffie tegen exorbitant hoge prijzen: voor 1 kop koffie moet een rubbertapper drie dagen werken!! Maar ja, we drinken deze koffie wel in Hotel De Boer, een oud-koloniale negorij.
Restauratie aan een batakpaleisHierna trekken we zuidwaarts. De lunch is in Brastagi, waar het behoorlijk regent. Tussen de druppels door nog even gauw naar de markt om wat fruit te kopen: 1000 Rp per kilo; ook niet weggelegd voor een rubbertapper, maar voor een Hollandse toerist toch wel zeer voordelig.
Tussenstops maken we bij de de Sipiso-piso Waterval, de hoogste waterval van Sumatra, en bij het paleis van Radja Bura. Dit paleis is een zeer groot houten Batakhuis, waar geen spijker aan te pas is gekomen. De Radja woonde hier met al zijn vrouwen, die hij via een luikje kon begluren. Een knip met de vingers en degene waar hij op dat moment zin in had kwam opdraven. Afhankelijk van de Radja, varieerde het aantal vrouwen van 4 tot 27; de ene had het dus wat drukker dan  andere. De man die ons rondleidt stamt van de laatste radja af; hij heeft maar 1 vrouw.
Om 18.30 uur zijn we in Prapat en gaan met de boot naar het Samosir eiland. Een lange dag reizen is dus ten einde. Onderdak hebben we bij Barbara-accomodation en Gordon's Guesthouse.

Samosir en Bataks

De volgende dag gaan we met de boot voor een tochtje rond Samosir-eiland. Vanaf de boot krijg je een heel goede indruk van het eiland.
Een eerste stop is in Simanindo waar nog typische Batakhuizen staan. Er staan zelfs 2 soorten: heel goed onderhouden, die deel uitmaken van een soort openlucht museum en iets verder staan minder goed onderhouden huizen, waar mensen in wonen. Bij een familie mag ik even binnen komen kijken.
Huis van de BataksOm 11.30 uur ben ik weer terug in het museumdorp, waar een groep Bataks ieder half uur een dansvoorstelling geeft. Aan het eind van de voorstelling mogen de toeristen zelfs meedoen (!).
Na de lunch gaan we naar Ambarita. Hier is nog een originele “Cirkel van het recht”, waar de Bataks vroeger hun rechtspraak hielden.

Vrijdag is een 'vrije dag' en ga ik met een paar anderen een wandeling maken. Na ongeveer 2 uur lopen door rijstvelden en bos komen we in Tomok, een plaatsje met souvenir- en kledingwinkeltjes.
We gaan terug met een "taxi”. Dit is een zeer oude auto, die van ellende aan elkaar hangt en bestuurd wordt door een jongen van ongeveer 16 jaar. Er zijn ook 2 helpers in dezelfde leeftijd. Alle drie spreken geen Engels, maar met het boekje ‘Wat en Hoe’ kan ik een zeer levendige en vrolijke conversatie voeren, waarbij voornamelijk heel veel gelachen wordt.
's Avonds is er een optreden van een Batakband. Deze band bestaat uit 5 jongens, die in de stijl van de jaren 50/60 leuke pasjes doen, erg Zuid-Amerikaans aandoende muziek maken en het optreden besluiten met een polonaise voor alle toeschouwers.

zaterdag 14 december
Na het ontbijt vertrekken we om 5 uur in het donker met de boot naar Prapat. De zon komt langzaam op boven het Tobameer en om 6.15 uur arriveren we in Prapat waar de bus klaar staat voor de volgende etappe. Vlakbij de aankomstplaats is er een levendige markt; het leven begint hier dus al vroeg.
Onderweg stoppen we bij het uitkijkpunt Guru Guru voor het ontbijt en om 12 uur lunchen we in een zeer luxe uitspanning (volgens zeggen eigendom van de familie van Soeharto, want die hebben toch het meeste geld in Indonesië. Eigenlijk zou je hier dus niet moeten komen!).Studentenhuisvesting in de koranschool op Sumatra 's Middags maken we een tussenstop bij een Koranschool. Hier zijn 7000 studenten, die met 3 – 8 personen in hele kleine hutjes leven. Hun humeur heeft daar echter niet onder te lijden, want ze zijn zeer vrolijk. Jammer dat in zo'n geval alleen maar Indonesisch gesproken wordt; andere talen beheersen ze helaas niet en mijn Indonesisch gaat ook niet erg vlot.
Om 19.15 uur stoppen we voor een maaltijd, mijn eerste Padang-eten: alle gerechten staan klaar op kleine schaaltjes en je betaalt achteraf alleen wat je gegeten hebt. Alle gerechten zijn koud, behalve de rijst. De waarschuwing dat Padang eten erg heet is, geldt alleen voor enkele gerechten, maar die zijn dan ook wel heel erg heet. Om 23.00 uur komen we na een lange reisdag in Bukittinggi.

Bukittinggi en de Minangkabauers

De volgende morgen ga ik met paar anderen naar de stad waar we de hele dag wat ronddwalen. Ook weer heerlijk padang gegeten. De mensen hier zijn Minangkabauers en zijn vreselijk aardig. Een reizend theater met slangen en een soort acrobatiek trekt veel bekijks.
's Middags brengen we uiteraard een bezoek aan Fort de Kock. Tenslotte ben je Hollander en wil je wel eens zien wat we hier hebben achtergelaten. Hoewel er hier en daar nog wel een kanon staat, is er van het oorspronkelijke fort weinig over.
’s Avonds gaan we naar een optreden van een Minangkabause groep met muziek en dans in prachtige kostuums. De muziek klinkt erg prettig in de oren. Het wordt gespeeld op instrumenten als in een gamelanorkest, maar het ritme is anders dan we in Nederland vaker horen van bijv. Javaanse gamelans.

Waterval in de Harauvallei op Sumatramaandag 16 december
Vandaag maken we een rondrit, waarvan de eerste etappe naar de Harrau-vallei giaat. Een diepe, brede kloof, waar water aan alle kanten naar beneden komt in smalle en brede stromen.
Het land staat overal onder water en waar normaal rijst staat, wordt nu gevist. Men maakt hier van de nood een deugd.
Ook bezoeken we een huis, waar een Minangkabau-familie heeft gewoond. Aangezien Minangkabauers bij elkaar intrekken (de dochter blijft bij de moeder wonen na haar huwelijk) werd er steeds een stuk aan het huis gebouwd. In het door ons bezochte huis moeten zo'n 100 mensen gewoond hebben. Tot slot bezoeken we nog een dorpje waar we het Ikat-weven en houtsnijwerk kunnen bewonderen.

Doorreizen naar het zuiden van Sumatra

Dinsdagmorgen staan we om 4.30 uur op, want we moeten om 6 uur vertrekken. In een kleine bus moeten we een lange rit maken. Bekneld tussen banken en bagage moeten we zo uren doorbrengen, want veel tijd voor een pauze is er niet.
's Avonds komen we om 19.00 uur in Lubiklingau, waar de stroom uitgevallen is. Het hotel is verlicht met kaarsen, wat een romantisch aanzien geeft.
Met een deel van de groep eten we bij de Chinees. We krijgen in deze plaats erg veel bekijks, want er komen blijkbaar weinig toeristen. Na het eten nog even een stukje door de donkere stad gelopen. De rest gaat moe naar bed.
Om 23.50 uur gaat plotseling het licht overal aan: er is weer elektriciteit. En iedereen is nu ook weer wakker!!
Voor de verandering staan we woensdag om 4.30 uur op en vertrekken om 6.00 uur Het maar doorjakkeren zonder echt de tijd te nemen voor een stop in een dorpje onderweg is niet leuk. We zijn in Indonesië om ook nog iets anders te zien dan het interieur van de bus. Daarom op verzoek van enkele reisgenoten vandaag in verschillende dorpjes gestopt om rond te kijken en de benen te strekken.
Daardoor zijn we 's avonds wel heel laat in Kota Bumi.

donderdag 19 december: Om 5 uur weer op en om 6 uur vertrekken. We jakkeren weer door Zuid Sumatra, omdat we op tijd bij de boot moeten zijn, die om 12.30 uur vertrekt. We zijn zelfs zo vroeg, dat we al met een extra boot om 11.50 uur kunnen vertrekken. Deze extra boot vervoert veel soldaten, die een oefening op Sumatra erop hadden zitten.
soldaten op de boot naar JavaVeel met deze jongens gepraat, die zelf ook erg nieuwsgierig zijn. Helaas is er maar een enkeling die Engels spreekt. Er wordt aan me uitgelegd welk geloof iedereen aanhangt (christen, islam, boeddhistisch of hindoeïstisch), maar dat ze totaal geen onderscheid maken naar elkaar. Uit het gesprek blijkt, dat men een enorme tolerantie ten opzichte van elkaar heeft. Ze kunnen overigens niet begrijpen, dat ik geen godsdienst aanhang en dat de meerderheid van de Nederlandse bevolking a-religieus is, is voor hen helemaal onbegrijpelijk.
Om 14.00 uur komen we op Java. Als we met de bus vertrekken, zwaait het “hele leger” ons uit.

Op Java

We wisselen hier van reisleider, omdat Pim nu vakantie heeft neemt Monique ons over.
Java is heel anders dan Sumatra. Sumatra was natuur en rust; Java is mensen, verkeer, bebouwing. Wel een grote overgang.

vrijdag en zaterdag 20 en 21 december
Twee vrije dagen.
Om 6.30 uur lekker in het zwembad gezwommen en daarna in het restaurant rustig ontbeten.
LabuhanOm 8.30 uur vertrek ik met o.a. Hans, mijn kamergenoot, naar Labuan, een vissersplaats in de buurt. We gaan ook de kampong in om kreeft te kopen. Dat had nog heel wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk hebben we toch tien levende kreeftjes weten te bemachtigen. Deze meegenomen naar het hotel en daar op het terras geroosterd. We hebben er lekker van zitten smullen.
De rest van de dag: luieren, kaarten schrijven, massage, eten en drinken.
De volgende dag vertrekken we met een ploegje naar Carita, een dorpje dat wandelend te bereiken is. Helaas is er nu geen markt zoals we gister hadden gezien toe we er door reden, maar het is leuk om door het dorp zelf te lopen. Via het strand gaan we weer terug naar ons uitgangspunt en kunnen we lunchen in de Warung naast het hotel. Ook bezoeken we het Krakatau-museum, waarvan de warungeigenaar ook de sleutel bezit.
's Avonds weer in de warung gegeten en daarna in het Krakatau Beach Hotel naar een voorstelling van Sudanese dansen.

Bogor en Bandung

zondag 22 december
We vertrekken om 6.00 uur en komen om 11.30 uur bij de botanische tuin van Bogor, het vroegere Buitenzorg. Na een wandeling door deze prachtige tuin rijden we via de Puncakpas naar Bandung, waar we om ongeveer 18.00 uur aankomen in het Arjuna Plaza Hotel.
theeplantage op JavaDe tweede dag in Bandung maken we een rondrit door de stad. Bandung zelf is niet erg bezienswaardig, maar wel leuk om doorheen te rijden op weg naar de Tangkuban Prahu, een dubbele krater die zodanig gevormd is, dat het op een prauw lijkt.
Op de krater is het druk. Het is vakantietijd en veel mensen maken daar gebruik van om een dagje weg te gaan. Van de ene krater maken we een mooie wandeling naar de andere, begeleid door diverse jongens, die je van alles willen verkopen. Gelukkig zijn ze niet erg opdringerig, want als je niet geïnteresseerd bent, vragen ze ook verder niet meer. Ook brengen we een bezoek aan een theeplantage.
Voor de lunch worden we afgezet in Bandung en ben ik met Annet gaan shoppen. Kleding gekocht, want mijn kleding, die in Carita is gewassen, stinkt daardoor ontzettend. Ik moet dus wel nieuwe kleren kopen.

Met de trein naar Yogyakarta

zonsopgang tijdens de treinreis naar Yogyakartadinsdag 24 december
We zijn al om 3.30 uur het bed uit, want er moet weer vroeg gereisd worden. Dit keer gaan we met de trein naar Yogyakarta en die vertrekt om 5.30 uur.
Het wordt een lange rit van zo'n 8 uur, maar het is een leuke belevenis. Er wordt van alles in de trein verkocht en een leuk gesprek zonder elkaars taal te spreken levert ook veel plezier op. Ook mogen we om beurten voor op de locomotief staan en dat betekent ook zwaaien naar de mensen langs de kant!
De zonsopgang zorgt voor mooie beelden langs de route. Overal zie je rijstvelden en daarop werkende mensen.
In Yogyakarta worden we ondergebracht in AA-hotel (Asia Africa), vlakbij het station en in het centrum.
's Avonds op de Jalan Malioboro gelopen. Dit is de grote winkelstraat van Yogya en heel gezellig en druk. Om 22.45 uur naar bed. Het grootste deel van de groep is naar de kerstnachtmis.

Op 1e kerstdag gaan we naar de vogeltjesmarkt. Hier zijn veel soorten vogels en andere dieren, waaronder een wilde kat, vliegende honden, apen, gewone katten en honden, maar allemaal in te kleine kooien. Je kunt ook duivenfluitjes kopen. Deze krijgen de beesten op hun achterkant geprikt en zo kun je het fluitje horen als de duif vliegt. Zeer bloederig. Ook mag je komodowaranen aan een touwtje fotograferen voor 400 Rp. Door het touw om hun staart waren ze behoorlijk gehavend.
Op de vogeltjesmarkt ontmoeten we meneer Saulat Siahaan. Hij leidt ons rond over de markt en daarna ook door het waterpaleis, dat vlak naast de vogeltjesmarkt ligt. Gelukkig heeft hij ook een batikwinkel, waar we allemaal wat kunnen kopen voor een "speciale prijs". Dat hebben we dus ook gedaan. Dit was natuurlijk de opzet van meneer Siahaan. Hij was zo aardig en bereidwillig, dat je niet kon weigeren.
becaks in YogyakartaNa het eten worden we ruw overvallen door een tropische regenbui waarvoor we zo'n drie kwartier moeten schuilen. Dat doen we in het gezelschap van een paar gezellige becakrijders, waarmee we wat kletsen.
Op die manier kom ik wat meer aan de weet over de becakrijders. Deze twee werkten van 7 - 5 en halen per dag zo'n 12.000 Rp op. Voor de huur van de becak moet 1000 Rp betaald worden. Van de rest moeten ze hun gezin onderhouden.
Om 15.00 uur verzamelen we weer bij meneer Siahaan, want hij brengt ons naar een wajangvoorstelling. Leuk om een keer mee te maken, maar van het verhaal is niet te begrijpen. Gelukkig kon je ook achter het doek kijken bij het gamelanorkest, zodat je een aardige indruk krijgt hoe alles in zijn werk gaat.
Na de voorstelling met de becak terug naar het hotel en onder de douche, tenslotte is er om 19.00 uur “kerstdiner”

Borobudur

2e kerstdag vertrekken we om 6 uur met als eerste stop de Borodudur. De stoepa is erg indrukwekkend en mooi gebeeldhouwd. Als je nagaat, dat zoiets in 800 is gebouwd, is het toch een geweldige prestatie en mag het ook wel een wereldwonder heten. Zou dat in onze tijd nog kunnen?
De lunch is in Wonosobo en daarna rijden we naar het Diengplateau. Dit is een grote hoogvlakte, waarop vroeger zo'n 200 tempels hebben gestaan. Daarvan zijn er nu nog 8 over en die liggen zo verspreid, dat je je eigenlijk geen goede voorstelling kunt maken over hoe het hier geweest moet zijn.
Vlakbij het plateau zijn warmtebronnen, die in geothermische energie omgezet worden.
's Avonds de stad in om nog even te genieten van het nachtelijk leven in Yogya. Dat is even wennen, want het leven op straat gaat gewoon door, zij het in een andere vorm dan overdag. De stalletjes die er overdag staan zijn nu weg. Daarvoor in de plaats liggen nu overal kleden en kun je uitgebreid eten. Het leven gaat hier gewoon 24 uur door. Alleen de becakrijders liggen in hun karretje te slapen. Maar ja, om 5 uur begint voor hen ook weer een nieuwe dag.

Kratonpaleis

wajang orkestNog steeds in Yogyakarta gaan we vrijdag met de hele groep met becaks naar het kraton, het oude sultanpaleis. Hier worden we rondgeleid door een oud mannetje dat perfect Nederlands spreekt en ons een prima indruk geeft van het leven hier.
Hierna gaan we met de becaks naar een zilverfabriekje om te zien hoe het 'yogyazilver' bewerkt wordt en natuurlijk ook om rond te snuffelen in de winkel die daarbij hoort.
De lunch is bij Tante Lies, vermoedelijk vanwege de Nederlandse naam. De kwaliteit van het eten is niet van dien aard, dat we daarvoor een eind uit het centrum moesten gaan.
’s Avonds naar een prachtige voorstelling met Javaanse dansen. Deze zijn toch weer anders dan de dansen van Bataks, Minangkabauers en Soendanezen, die we tot nu toe hebben gezien.

Prambanan en Solo

Tempeltje op het Dieng plateauZaterdag verlaten we Yogya en gaan we naar het Prambanan, een schitterend tempelcomplex, dat nog in de restauratie is, maar dat ik persoonlijk mooier vind dan de Borobudur.
Om 11.00 uur zijn we in Solo in een oud-koloniaal hotel.
Met z'n zessen gaan we naar de antiekmarkt, een soort combinatie van souvenirmarkt en tweedehandsmarkt. Er zijn geen toeristen en dat is ook wel weer eens leuk.
Na het lunchen in een klein eethuisje, rijden we met becaks naar de batikmarkt. In deze overdekte markt van drie verdiepingen zijn tientallen stalletjes volgestouwd met batikspullen. Te moeilijk om iets te kopen.
In de buurt van de markt nog wat rondgelopen en via het kraton maar weer met becaks naar het hotel terug.

Zonsopgang op de Bromo vulkaan

zondag 29 december
Om 6.30 uur vertrek naar Probolingo, waar we 6 groepsleden afzetten in het Victoriahotel. Na lang wachten komen twee minibusjes de rest ophalen om naar boven vervoerd te worden als eerste etappe van de beklimming van de Bromo.
Vandaag is diarreedag en ik krijg van Monique Norit. Mijn eten verdeel ik onder de andere aanwezigen en ga vroeg naar bed.

maandag 30 december
Al vroeg op pad voor de beklimming van de Bromo. Hier ga je naar boven voor een mooie zonsopgang. Die zonsopgang viel tegen, want echt mooi rood werd het niet; het kleurde vrij snel wit. Maar ja, zoiets overslaan doe je ook niet als je toch in de buurt bent. Een blik in de krater is indrukwekkend, want de Bromo is nog actief en rook en zwavelgeur stijgen naar boven.

Om 9 uur zijn we weer bij het hotel om de rest van de groep op te halen. Vandaar gaan we met de bus verder naar Bali. Dat is weer een lange rit. De omgeving is erg mooi en dat vergoedt veel. De oversteek met de boot duurt ongeveer een half uur.

Bali

De aankomst op Bali is door de aanwezigheid van een soort welkomstpoort speciaal en we arriveren in Ubud bij de Happy Inn om 21.30 uur (op Bali is het een uur later dan op Java). T
Entreepoort op BaliDe laatste dagen op Bali zijn om uit te rusten en om bij te komen van de afgelopen 3 weken. Om 10 uur loop ik met nog een paar naar het apenbos bij een tempel, niet ver van ons hotel. Erg leuk, temeer daar de oppasser ons eten gaf en de apen dus bovenop je komen zitten.
Ubud is behoorlijk toeristisch is, maar wel gezellig. Het is het kunstenaarsdorp van Bali en dat merk je aan de vele galerieën.
Om 23.00 uur vertrokken naar het Oudejaarsavondfeest. Op Bali kennen ze ons oudjaar niet en dit feest is speciaal voor de toeristen georganiseerd. De opbrengst gaat naar een goed plaatselijk doel. In feite blijkt het een gewone disco te zijn, maar leuk omdat bijna de hele groep hier is. Om 5 uur de volgende morgen naar bed.
En dat betekent op nieuwjaarsdag uitrusten van de inspanningen van de afgelopen nacht. ' s Middags een paar uur geslapen, want 's avond is een bezoek aan de apendans (kecak) gepland. Hoewel deze dans oorspronkelijk in een dorp uitgevoerd hoort te worden, is het vanavond keurig in een theater. Maar het is daardoor niet minder indrukwekkend en je voelt de mystiek erbij.

Buffels op de sawahDag drie op Bali gaan we met de hele groep voor een rondrit over het noordwesten van het eiland. Het is adembenemend mooi: veel terrassen met sawah's, waar natuurlijk ook een fotostop voor gemaakt wordt.
In de koningsbaden gaan we daarna zwemmen. We lunchen aan zee in Candidasa. 's Middags stoppen we in een oud Balinees dorp, waar men nog op de traditionele manier bouwt en leeft. De vechthanen worden hier behoorlijk vertroeteld. Verder gaan we naar een tempel, waarachter een enorme grot ligt met duizenden vleermuizen. Het stinkt er ontzettend, maar is leuk om te zien.

Vrijdag 3 januari maken we een uitstapje naar Kuta, want daar moet je toch geweest zijn als je op Bali bent. Het is immers het toeristenoord van het eiland?
Als je verwacht, dat Kuta net zoiets vreselijks is als Benidorm of Torremolinos, dan valt dat reuze mee. Het is wel toeristisch, maar er is geen hoogbouw en dat doet dus al een stuk vriendelijker aan. Er zijn voornamelijk Australische toeristen, maar eigenlijk is het vrij rustig.
Op strand moet je vooral uitkijken om niet te verbranden, want het is erg zonnig en heet. Dus langer dan een uurtje gaat het niet.
verzorger met aap in UbudOm 16.00 uur weer terug met het busje en de rest van de dag loom doorgebracht in Ubud.

De volgende dag maak ik met een paar anderen een schitterende wandeling. Op ons dooie gemak verkennen we de omgeving en zijn zo'n 6 uur op pad. We lopen via het apenbos een onbekende route door een stukje 'regenwoud', waarbij we via onherkenbare paden en het doorkruisen van een rivier in verschillende dorpjes terecht komen.
's Avonds is er een schitterende openluchtvoorstelling van Balinese dansen. We hebben nu Bataks, Minangkabauers, Soendanezen, Javanen en Balinezen aan het werk gezien en je ziet heel duidelijke verschillen. Ook de gamelanorkesten zijn heel verschillend.

Zondag is de laatste dag op Bali en de morgen besteed ik aan de laatste inkopen.

Tempelceremonie

's Middags zijn er nog vijf anderen, die puf en energie over hebben om naar Denpasar te gaan. Daar is een tempelceremonie. In de loop van de tijd, dat ik hier op Bali ben, heb ik wel steeds mensen in traditionele kleding gezien, met of zonder offers, maar een echte ceremonie heb ik nog niet kunnen bijwonen.
Het feest van vandaag duurt 3 dagen en wordt ieder halfjaar gevierd om het bestaan van de tempel te gedenken. Op de binnenplaats van het tempelcomplex worden geen toeristen toegelaten, zodat wij in het voorgedeelte moeten blijven. Maar hier is het interessant genoeg. Duizenden mensen komen met muziek en offers naar de tempel en komen er gezegend weer uit. Het is een constante stroom van komende en gaande mensen.
In een soort 'stadion' vóór de tempel worden hanengevechten gehouden. Tijdens zo'n feest zijn ze niet illegaal en er wordt dan ook hevig gegokt. Goed om een keer mee te maken, al zal zoiets nooit echt een liefhebberij van mij worden.
Om 16.30 uur is de tempeldienst afgelopen en komt iedereen weer naar buiten. Dan blijkt, dat een aantal mensen in trance zijn. Ze worden door anderen onder controle gehouden. Als de mensen goed in trance zijn, krijgen ze een kris om zichzelf te doorsteken. Zeer eng om te zien, al gebeuren er geen ongelukken. Het schijnt, dat iemand zich niet kan verwonden als hij goed in trance is. Ze steken wel recht op de hartstreek.

We verlaten Bali op weg naar huis

sawahs op Balimaandag 6 januari
Om 7.30 uur vertrek naar Denpasar, want vandaag begint de terugtocht naar Holland. Het vliegtuig naar Jakarta vertrekt om precies 10.15 uur en 1,5 uur later zijn we in Jakarta om over te stappen op het vliegtuig naar Singapore, waar we om 15.00 uur aankomen. We worden afgehaald door een medewerker van Singapore Airlines die ons naar het Apollo Hotel brengt; een 5*****hotel en een ongekende luxe na de goede, doch ietwat primitievere onderkomens in Indonesië. We lopen door Chinatown, kopen nog wat en hebben het verder wel gezien, want Singapore is een stad zonder karakter. Alles is strak, nieuw en modern en eigenlijk gewoon erg lelijk. Maar goed dat we hier niet langer hoeven door te brengen, want de overgang van Indonesië naar hier is wel erg groot.

dinsdag 7 januari
Om 5 uur op en na het uitgebreide ontbijtbuffet vertrekken we om 6 uur. Althans dat is de bedoeling, maar de man van Singapore Airlines heeft zich verslapen en laat zich niet zien. Wel zien we een bus staan, dus die claimen we zelf om ons naar het vliegveld brengen.
We vertrekken met vertraging, zodat we in Londen te laat zijn voor de aansluitende vlucht naar Amsterdam. Gelukkig kunnen we met een latere vlucht naar Amsterdam, dus de schade valt mee.
Met vertraging komen we op Schiphol en komt er een eind aan een schitterende, vermoeiende, maar niet te vergeten reis door Indonesië.