(Leestijd: 14 - 27 minuten)

Reisverslag INDONESIË

van 22 juli t/m 18 augustus 1992

Groepsreis met Djoser naar Bali, Lombok, Sumbawa, Komodo, Flores en Sulawesi.

Bali, begin van het eilandhoppen

Na een lange vlucht via Singapore en Jakarta, landen we de tweede dag om 18.00 uur op Bali. Het is donker, maar de geur van het land, van o.a. de eetstalletjes, enz. is onmiskenbaar Indonesisch en roept herinneringen op aan mijn vorige reis in 1991.
Na de kamerindeling verzamelen we in een restaurant tegenover het resort en daar krijgen we voorlichting van Obbo, onze reisleider voor de komende drie weken.
De eerste dag maken we een rondrit over het eiland. In tegenstelling tot vorig jaar, is alles heel erg bruin en dor, maar af en toe stoppen we voor mooie uitzichten over de sawah's.
Pagodes van de Bersakih tempel op BaliOfferen in de Bersakih tempelDe tempel van Bersakih, de moedertempel op Bali, is prachtig. Dit complex bestaat uit drie tempels, die gewijd zijn aan Brahma, Sjiva en Visjnoe, de drie hoofdgoden van het Hindoeïsme. De tempel heeft "gelaagde" torens; verschillende daken boven elkaar. Er worden een aantal kleine ceremonies gehouden, wat een aparte sfeer geeft.
Na de tempel gaan we verder naar de vleermuizengrot, die ik vorig jaar al heb bezocht. Ik ga het strand op om naar de zoutwinning te kijken. Er zijn mensen aan het werk, zodat ik goed kan zien hoe het in zijn werk gaat. Het is een arbeidsintensieve bezigheid.

Lombok, beklimming van de Rinjani

Zaterdag vertrekken we al om 6.45 uur naar Padang Bai voor de oversteek naar Lombok. We hoeven niet lang te wachten, want we hebben de boot van 8 uur al en na zo'n 4½ uur varen komen we op Lombok aan en rijden naar Cakra Negara, de hoofdstad.
's Middags gaan we naar het strand van Senggigi voor een eerste duik in zee. Dat is niet mogelijk vanwege al de rotsen, dus zwemmen is er niet bij.
Zondagmorgen beklimmen we de Rinjani, de vulkaan die heel Lombok beheerst. Onder leiding van Jun, onze gids op Lombok, maken we een schitterende wandeling door sawah's en bossen. We lunchen bij een waterval, waar we nog even een frisse duik nemen.
Aan het eind van de middag vertrekken we met een klein groepje in de bemo naar Ampenan, een plaats aan de kust. Het strand hier is een typisch voorbeeld van een Indonesisch strand: veel mensen en menselijke uitwerpselen. Immers, het strand is openbaar toilet. Op het strand word ik aangesproken door Andi, die zijn Engels met mij wil oefenen. Ik heb daar geen bezwaar tegen en het gevolg is, dat hij ons een leuke rondleiding geeft.
De kinderen zijn zeer enthousiast en lopen mee. Uiteindelijk heb ik zo'n grote groep kinderen bij me, dat ik denk ze wel aan het zingen te krijgen, maar dat lukt niet. Ook niet nadat ik zelf “Vader Jacob” heb gezongen, blijft het bij enthousiaste reacties, maar zelf willen ze niet zingen!
's Avonds in Ampenan eten we bij de Chinees. Voor het toilet moet je hier door de keuken. Je moet dan maar niet teveel om je heen kijken, want anders lust je je eten niet meer. Overigens is het eten zelf van uitstekende kwaliteit. Aan het eind van de maaltijd komt Andi ook weer even kijken. Hij is naar de moskee geweest en had nu wel zin in een pilsje. Hij heeft een vriend mee en die mag alleen maar cola van hem, want dan “is het een betere moslim”. Ja, ja. Het is duidelijk dat Andi nooit veel bier drinkt, want na twee glazen wordt hij al wat wazig. Hij brengt ons nog wel keurig naar de bemo, die ons weer terugbrengt naar Cakra.

sawah's op BaliMet een deel van de groep (de rest gaat naar het strand) gaan we maandag op weg. We bezoeken een weverij en daarnaast is een echte Indonesische legbatterij, helemaal van bamboe. Dus wel milieu-, maar niet diervriendelijk.
Daarna rijden we naar Batu Bintus, een Sasakdorp, waar iedereen uitloopt om ons te begroeten. Het dorp heeft een traditionele bouw en is daardoor interessant om te zien. Ook hier stelen de kinderen de show. Ik haal "Vader Jacob" maar weer eens van stal. De kinderen vinden het prachtig. Anja - in Nederland een schooljuf - probeert op een educatieve manier de kinderen mee te krijgen, maar het lukt haar niet. Danprobeer ik het met het "Bim, bam, bom" goed aan te zetten en na een paar keer schreeuwt en springt de hele troep mee, wat een oorverdovend lawaai veroorzaakt.
Vervelend is wel, dat hoe langer je blijft, hoe brutaler de kinderen worden. Niet alleen vragen ze om geld, maar ze zitten ook in je zakken. Zelfs zitten ze aan mijn ringen, horloge, e.d. te voelen of ze los zitten.

Volgende eiland: Sumbawa met een 'sprongetje' naar Moyo

De volgende dag is weer een reisdag, want we moeten naar het volgende eiland: Sumbawa. De boottocht hier naar toe neemt zo'n anderhalf uur in beslag.
Van de haven rijden we naar Alas voor de lunch. Ook hier worden we weer goed bekeken, maar de mensen zijn uitermate vriendelijk. Kinderen komen nieuwsgierig dichterbij, maar als je een stap in hun richting doet lopen ze lachend weg om daarna weer terug te keren. Die witte mensen zijn wel spannend.
Via een zeer dorre en droge route rijden we naar Sumbawa Besar, de hoofdstad van het eiland, een sfeervol plaatsje.

Na onze eerste nacht op Sumbawa gaan we naar Moyo, een eiland ten noorden van Sumbawa. Op dit eiland is een natuurreservaat en daar wil ik doorheen wandelen; de rest gaat snorkelen.
Met kleine bootjes steken we de zee over en op het eiland ga ik op zoek naar een gids die mee wil lopen. Met Ingrid maak ik een wandeling van zo'n anderhalf uur, een standaardwandeling voor de niet-snorkelende toerist. Behalve het nest van de grootpoothoen (de vogel schijnt zich alleen in de regentijd op dat nest te bevinden) en een vleermuizengrot (waar ik met veel kunst- en vliegwerk naar binnen kan en waar echt vleermuizen zijn), was er niet veel te beleven. De in de boeken genoemde herten, zwijnen en andere dieren zitten volgens de gids in het noorden. Aangezien het eiland zo'n 40 km lang is, is dat dus iets te ver weg. Wel werd duidelijk dat het nu geen regentijd is: alles is droog en dor.
Na de wandeling voegen we ons weer bij de rest van de groep. Ik leen een snorkel, zodat ik ook kan zien wat zich onder water afspeelt. Doordat het koraal vlak bij het strand is, hoef je niet ver de zee in om te kunnen genieten van alle mooie kleuren die er onder water zijn: Hele scholen fel gekleurde vissen zwemmen voorbij en er zijn schitterende koralen.
Na terugkeer in Sumbawa Besar bezoek ik met nog een paar het sultanspaleis. Dit is de enige bezienswaardigheid in de stad. Het paleis is helemaal van hout en ademt een aparte sfeer. Het is echter in niets te vergelijken met de sultanspaleizen op Java.
Na het eten hebben we met een stel Indonesische jongens muziek zitten maken, gezongen en gedanst. Een heel gezellige avond in Indonesische sfeer.

De volgende dag rijden we naar Bima op Oost Sumbawa, zo'n 250 km verder. We maken een tussenstop in Empang, waar op een klein marktje een band optreedt. Als toeristen trekken we echter meer aandacht dan deze groep, zodat ze na verloop van tijd geen publiek meer hebben en iedereen om ons heen staat. Jammer voor de band, want ze staan er om medicijnen te promoten.
Cidomo op LombokDe lunch wordt zittend op de weg genuttigd, omdat er nergens een leuke plek is. Ik eet niets, want het lunchpakket is vergeven van de mieren. Na wat geritsel in de struiken en de roep van iemand uit de groep: “Hé, apen!!”, ziet niemand nog een aap, want die zijn geschrokken van het gebrul. Vanaf de lunchplaats loop ik een stuk vooruit. Het is dan rustig en zie ik de apen alsnog.
Aan zee stoppen we bij een dorpje waar zout gewonnen wordt. De mensen zijn erg vriendelijk en als we wegrijden staat iedereen naast de bus om ons uit te zwaaien. Om ongeveer 17.00 uur zijn we in Bima en breng ik de avond verder door met rondkuieren, eten en genieten van alles om me heen.

We hebben de eerste dag in Bima een vrije dag en ik ga na het ontbijt met een Ben Hur de stad in. Zo heten hier de paard en wagens. Het zijn dezelfde als op Lombok, maar daar en overal elders heten ze Cidomo. Hier wil men er mee racen, vandaar de naam Ben Hur. Inderdaad wordt in een behoorlijk tempo gereden. Het kleine paardje draaft dapper voort en brengt me naar de haven. Ondanks het feit dat ik geen woord versta van de mensen hier voer ik een heel gesprek met een paar mannen: zij in hun taal en ik in de mijne en we amuseren ons prima.
In de stad loop ik over een grote markt. Men reageert spontaan en vriendelijk en contacten zijn er zo gelegd. In een stalletje koop ik iets eetbaars waarvan ik geen vermoeden heb wat het is. In ieder geval iets met kokos en veel suiker. Het smaakt lekker, maar het leukste is al die mensen om me heen, die staan te lachen en te wachten op mijn reactie. Ik koop dan een hele voorraad en deel dat aan alle omstanders uit. Dat wordt gewaardeerd, al versta ik geen klap van wat ze allemaal zeggen.
dorpstafereelLangzaamaan kom ik weer in het "centrum" van Bima en via een smal straatje kom ik in een doolhof van kleine straatjes en steegjes die vol staan met allerlei koopwaar. L:ekker dwalen dus voordat ik weer naar het hotel ga.
's Middags gaan we naar Samburi, een dorp waar de Dou Donggo wonen. Via een schitterende route door de bergen gaan we op een gegeven moment de bus uit om de rest van de route wandelend af te leggen.
Het dorp ligt mooi tegen een berg en al van ver hoor je de geluiden: kippen, hanen, een smid aan het werk. Het is hier heerlijk ontspannen wandelen en overal kun je een kijkje nemen. Er wordt door een groep meisjes gezongen; anderel meiden staan te giebelen; kinderen lopen gezellig mee; mannen zijn nieuwsgierig. Ik laat af en toe eens iemand door mijn camera kijken; dat lokt altijd leuke reacties uit.
Na dit ronddwalen door het dorp worden we ontvangen in het huis van de Kepala Desa, het dorpshoofd. Hier krijgen we thee en bieden we onze geschenken aan: olie, schriften, pennen, rijst, e.d. We zingen met vereende krachten het Vader Jacob nog maar eens. Dit niet zozeer om het dorpshoofd gunstig te stemmen, maar meer om de hele bevolking, die buiten om het huis staat, iets te bieden. Het dorpshoofd haalt daarna één van de zingende meisjes en een paar oude vrouwen en gezamenlijk zingen ze een schitterend lied voor ons.
Omdat de dag alweer mooi opschiet gaan we terug en via allerlei mooie gezichten op de zonsondergang, komen we weer in Bima.
's Avonds krijgen we een speciale voorstelling. Een amateurgroep brengt mooie dansen en muziek uit de omgeving van Bima. Lorenzo, de gids die we bij ons hebben op Sumbawa, kondigt alles aan en legt het een en ander uit. Een heerlijke avond, waarbij ik ook heerlijk gegeten heb: Bendang, een lokale vissoort.

Komodo varanen

De volgende morgen lukt het om met de hele groep om 4.30 uur te vertrekken. Het is een mooie tijd om te rijden, want er is een schitterende zonsopgang.
Bij Sape is het licht. De veerboot naar Flores ligt al klaar. Maar dan blijkt, dat we helemaal niet met de veerboot gaan, maar met een vissersbootje. Dat wordt dus schommelen voor een tocht van ongeveer 10 uur.
Komodo waranenNadat iedereen aan boord is vertrekken we. De zon klimt steeds hoger en de temperatuur ook. Gelukkig is er net voldoende schaduw voor iedereen, zodat het goed uit te houden is.
Om 13.30 uur arriveren we op Komodo voor een bezoek aan de Komodo-waranen, de voorwereldlijke monsters, die alleen nog in Indonesië voorkomen. Als toerist sta je in een omheind gedeelte, want de waranen lopen tenslotte los over het eiland. Toch geeft het niet echt de indruk dat je naar "wild" staat te kijken. De waranen liggen er erg lui bij. Via een rivierbedding lopen we weer terug. Onderweg zien we veel vogels en herten. Helaas verdwijnen de dieren vlug zodra ze onze luidruchtige groep horen komen.
Via een schitterende route varen we tussen allerlei rotsen door en arriveren om 21.00 uur in Labuhanbajo op Flores.

Flores, een paar dagen over het eiland

De volgende dag is er geen programma, zodat de meesten uitslapen. Ik ontbijt alleen en Gusty, een jongen van het hotel, stelt voor om vanmorgen een wandeling te maken naar de spiegelgrot. Ik vind dat een prima idee en nog een paar mensen gaan mee.
Na een warme, maar mooie wandeltocht van zo'n drie kwartier komen we bij de grot. De naam spiegelgrot is ontstaan vanuit een spiegeling van het zonlicht in de rotswand, maar dat is lang geleden voor het laatst geweest, want veel is er niet meer over.
Nadat we de grot gezien hebben gaan we naar het huis van Gusty, waar we kennis maken met zijn hele familie. Alle bedden staan hier op een rijtje en Gusty wijst aan waar hij slaapt, gewoon tussen de anderen in. Privacy? Wat is dat?
In de keuken drinken we aan een grote tafel tuak. Hoewel niemand het echt lekker vindt wordt er onverminderd doorgeschonken. Het is een leuke ervaring zo'n familiebezoek.
's Middags ga ik met een paar anderen het dorp in, waar we lekker rondkuieren. Ook nu worden we omringd door kinderen.
's Avonds met Paul een bezoek gebracht aan de plaatselijke bioscoop voor de spannende speelfilm over 5 tijgers (Lima harimau). De zaal zit bomvol. De 5 tijgers zijn 5 mannen, al dan niet met magische krachten, die overal het onrecht of wat daarvoor door moet gaan te lijf gaan. Een ongeloofwaardig verhaal, bedoeld om de ene vechtscène met de andere te verbinden. Maar toch leuk om een keer mee te maken.

buffels op FloresDe volgende dag begin ik met ziekenbezoek aan Yadi, onze gids die nu met malaria te kampen heeft. Hij heeft inmiddels ook longontsteking, dus blijft hij in het hotel achter om zo spoedig mogelijk weer naar huis te kunnen. Hij is inderdaad vreselijk ziek. Gisteravond heb ik geld opgehaald in de groep en dat geef ik hem, zodat hij een dokter kan betalen.
Om 8.00 uur vertrekken met een nieuwe gids: An. Flores heeft een afwisselend landschap: bos, droge vlaktes, rijstvelden, weer bos. We komen om 14.00 uur in Ruteng.
De stad is een centrum voor alle omringende dorpjes. Daarom zijn er ook veel winkels en is er een levendige markt.
's Middags naar de videofilm gekeken, die Christien tot nu toe van de reis gemaakt heeft. Er was op een kamer een televisie en via de videocamera kon ook afgespeeld worden. Heel leuk om te zien. Ik ben benieuwd naar de hele film, want Christien heeft een leuke manier van filmen.
's Avonds met Ron en Christien bij een Chinees gegeten. De rest van de groep bleef in het hotel.

Dinsdag vertrekken we om 8.00 uur voor de rit naar de volgende plaats: Bajawa. Na verschillende stops lunchen we op een strand. Hier is weer het bekende tafereel: kinderen! Het naburige dorp is uitgelopen, zodat het erg druk is. We zingen met succes, want de schooljongetjes zingen ook een aantal liedjes voor ons. Na ons traditionele “Vader Jacob” begin ik met "Twee emmertjes water halen", want dan moet je nog iets doen ook. Met z'n vijven doen we het voor en daarna willen we de mensen mee laten doen, maar dat gaat wat moeizaam. Uiteindelijk doet het brutaalste jongetje mee en komt de rest er ook bij. We doen ook nog “Witte Zwanen, Zwarte Zwanen” en hebben er allemaal veel plezier in.
Na aankomst in Bajawa en de uitleg van het programma voor morgen is het: luieren, de was regelen, een bintangetje nemen en dagboek schrijven.

Na een koude nacht – Bajawa ligt vrij hoog - vertrekken we naar Langa, een dorp met een speciale vooroudercultuur, gesymboliseerd door bouwsels, die mannelijke en vrouwelijke symbolen voorstellen.
schooljongens in IndonesiëBena is een volgend dorp waar we naar toe wandelen. Merkwaardig is dan dat in zo'n dorp waar de vooroudercultuur nog heel duidelijk aanwezig is, plotseling een klein kapelletje staat met een Mariabeeld erin. Ook hier heeft de paus de zaak dus aardig in de war gebracht.
Na de lunch gaat de groep naar warmwaterbronnen en ga ik wat in het dorp rond wandelen.
Terug in het hotel geef ik samen met Obbo Nederlandse les aan An, onze gids. Hij kent wel een aantal woorden van vorige groepen, maar dat zijn geen woorden voor dagelijks gebruik. Sommige toeristen vinden het blijkbaar grappig om alle scheldwoorden uit de kast te halen en die als 'gewoon Nederlands' te leren. Na de les eten we met z'n drieën in een Javaans restaurantje.

Donderdag vertrekken we om 9.00 uur naar Wogo, een dorp waar men dezelfde vooroudercultuur kent als in Langa en Bena. Hier heeft Lorenzo, onze Floresgids naast An, een dansvoorstelling georganiseerd. De groep begeleidt ons vanaf de bus naar het centrale punt van het dorp. Er wordt een zeer leuke en afwisselende voorstelling gegeven met begeleiding op bamboeinstrumenten.
Hierna gaan we naar Bernadette, de zus van Lorenzo, die de koffie en thee voor ons klaar heeft. Uit de hele omgeving zijn stoelen aangesleept om ons te kunnen laten zitten. Hier is duidelijk te zien, dat Flores een katholiek eiland is, want Bernadette grossiert in katholieke prullaria.
In Ende logeren we in Losmen Melatie. Dit losmen is smerig en slecht, maar er is geen alternatief. Het losmen waar Djoser normaal gebruik van maakt, is door de regering gevorderd voor één of andere cursus voor ambtenaren.

Een dag later gaan we weer op pad naar een dorp waar ikat gemaakt wordt, een eindeloos proces van draden knopen, verven, knopen loshalen, weer verven, weer knopen en/of knopen loshalen, en uiteindelijk weven. Er ontstaan zo schitterende doeken, waaraan men soms maandenlang werkt. Overal zitten vrouwen te “ikatten” en ook is men druk bezig met de voorbereidingen van een bruiloft, die de volgende dag moet plaatsvinden.
Het grootste deel van de groep gaat hierna terug naar het hotel, want men wil naar het strand. Ik ga met nog zeven anderen de bergen weer in en via een mooie route met steeds weer nieuwe fantastische vergezichten op de zee en op Ende, komen we bij Nuabori, waar op de top een oud-hollands huis staat, dat vroeger een pension was. Het is nu vervallen en lijkt niet erg Hollands. Maar de plek is wel adembenemend mooi.
's Avonds ga ik met nog een paar anderen naar de karaokeclub. Daar hebben we lekker gegeten, maar er was geen karaoke. Wel disco, dus we hebben het luie zweet er even lekker uit gedanst.

Kelimutu, de vulkaan met het meer in vier kleuren

Kelimutu op FloresHet is nu zaterdagmorgen. We vertrekken om 2.00 uur!! en zijn om 5.30 uur op de Kelimutu, een vulkaan met drie kratermeren. Het is een mooie plek voor de zonsopgang. De Kelimutu wordt beschouwd als een van de grootste natuurwonderen ter wereld. De zonsopgang is schitterend en door de inval van de zon in de kratermeren, ontstaan drie verschillende kleuren in de meren: zwart en twee kleuren groen. In de loop der jaren schijnen deze kleuren geleidelijk te veranderen.
We lunchen op een strand onder toezicht van de plaatselijke bevolking en rijden dan door naar Maumere. Maumere is heel gezellig en het roepen van "Hello mister" wordt zo langzamerhand al een aardige gewoonte zonder dat je er nog bij hoeft na te denken. Lekker vis gegeten in Sarinah en vroeg naar bed: 21.30 uur!! Het was tenslotte erg laat gisteravond en erg vroeg vanmorgen.

Zondag om 7.00 uur opgestaan en ontbeten. We hebben een vrije dag en het is de bedoeling, dat er vanmiddag weer gesnorkeld gaat worden.
Ik leg vanmorgen beslag op An, want hij wil meehelpen inkopen doen en voor me afdingen. Samen gaan we onder andere naar een ikatwinkel om daar het een en ander te kopen.
Na de lunch varen we naar Sometimes Island, een zandplaat die bij eb boven water komt en waar we kunnen zwemmen, snorkelen en relaxen.
Na terugkeer heb ik iedereen van de groep gevraagd iets in een blocnote te schrijven om An te bedanken. Hij is vandaag voor het laatst. Bij een gezamenlijke borrel na het eten, nemen we afscheid. An meldt nog een keer, dat hij absoluut naar Nederland zal komen. We wachten het af en wensen hem veel succes.

Vliegen naar Sulawesi

Maandagmorgen staan we om 8.00 uur op het vliegveld en vertrekken een uur later met een F-27 naar Ujung Pandang. Het is een schitterende vlucht bij helder weer en een mooi uitzicht.
taxistandplaats in Ujung Pandang's Middags gaan we met de groep in allerlei becaks op weg naar de oude haven. We worden ergens gedropt en ik ga dan met twee anderen eerst maar eens wat eten in een gezellig familierestaurantje. Daarna laten we de haven voor gezien en gaan we wat shoppen. Hoewel, shoppen wordt het nauwelijks: winkel in, winkel uit en vreselijk veel plezier maken met het personeel, dat die buitenlanders wel grappig vindt; en wij hen natuurlijk.
Ook bezoeken we verscheidene Chinese tempels, waar we hartelijk worden uitgenodigd om rond te kijken. Deze tempels hebben een heel aparte sfeer: veel rood, goud en wierooklucht. Wat er allemaal precies gebeurt is niet duidelijk, maar bijzonder en mooi om mee te maken.
We eindigen onze rondgang in een bierbar. Ujung Pandang is daarom bekend en volgens de boekjes wordt daar door de meisjes nauwlettend in de gaten gehouden wat je drinkt en wordt je glas steeds bijgevuld. Wij komen in een bierbar waar ook massage is. Het blijkt een soort bordeel te zijn. De meisjes zitten klaar, zijn niet opdringerig en als je het niet weet, valt het niet eens op. Er zitten ook echtparen, want er is ook een karaoke-gelegenheid. Sommige mensen maken daarvan gebruik door zo vals mogelijk mee te zingen.
's Avonds eten we bij Irani, een zeer bekend restaurant voor karaoke. Maar vooral een prachtig uitzicht over Ujung Pandang en de boulevards en het voortreffelijke eten zijn klasse!. De karaoke laten we aan de Indonesiërs over.
Daarna komen we de anderen van de groep weer tegen, die al in het hotel terug zijn. Zij hebben allemaal keurig de haven en Fort Amsterdam bezocht en gegeten bij de Pizzahut. We zijn blij niet met hen meegegaan te zijn, want ons programma was gelukkig toch iets Indonesischer.

Tana Toraja

TorajahuizenDe volgende dag vertrekken we om 7.30 uur naar het noorden: Tana Toraja. Na de koffiestop blijkt de bus niet meer te willen starten en zitten we tot na de lunch vast. Intussen heeft Obbo een paar busjes uit Parepare geregeld, die ons uiteindelijk verder brengen. Twee busjes voor de hele groep met bagage blijkt wat aan de krappe kant, dus beginnen sommigen al te mopperen. Met de vier jeugdigen uit de groep, zet ik me bovenop de bagage, zodat de rest meer ruimte heeft! We maken er een plezierige reis van naar Rantepao.
In de namiddag krijgen we een uiteenzetting van Jozef, onze gids ter plekke, over wat hij de komende dagen allemaal met ons van plan is. Dat is erg veel en geeft geen ruimte voor vrije tijd. Er moet misschien ingegrepen worden. In ieder geval is het plan om morgen naar een begrafenisplechtigheid te gaan, waar ook ritueel buffels worden geslacht.

Na weer een nacht rust vertrekken we naar de begrafenis. In Toraja-land is dat een hele belevenis, die pas kan plaatsvinden als de hele familie aanwezig is en er voldoende geld is om alles goed uit te voeren. De begrafenis waar wij (en nog vele andere toeristen) terecht komen, betreft die van een rijk en zeer bekend man, die drie weken eerder is overleden.
Eerst worden er koeien aangevoerd, die door de familie worden gekeurd en al dan niet gekocht. Daarbij wordt tevens per koe bepaald waar deze naar toe gaat: het dorp, de kerk (Toraja's zijn christelijk) of voor eigen gebruik. Dit is een aardig gebeuren, waarbij de hele familie rond een groot plein zit te kijken en met elkaar zit te praten. Ook wij zitten daartussen en worden net zo welkom geheten als iedereen met koffie, thee en koek.
Na de keuring van de koeien volgt dan het ritueel slachten op een open terrein, waarbij de ene koe na de andere een flinke haal door de keel krijgt en neerstort, nog wat stuiptrekt, maar vooral heel erg bloedt. Dat bloed wordt opgevangen in bamboekokers en wordt gebruikt (naar men zegt) om de potentie van de mannen te verhogen.
TorajahuisHet bijwonen van dit doden valt mee, omdat het zo in het hele ritueel past. Bovendien gaan de Toraja's er zo gewoon mee om, dus waarom zullen wij westerlingen daar moeilijk over doen?
Bij het slachten doen verscheidene mannen per koe mee. Eerst wordt de huid er netjes afgestroopt en daarna worden de koeien in onderdelen uit elkaar gehaald. Deze stukken worden naar het plein gebracht waar de koeien eerst gekeurd waren, en daar worden ze uitgelegd op uitgespreide palmtakken. En daarna wordt het avondmaal voor de hele familie voorbereid.
Intussen hoor je ook het gekrijs van varkens. Ook zij worden geslacht; vandaar dat krijsen. Varkens zijn intelligenter dan koeien, dus weten ze wat er gaat gebeuren. In afwachtiging van die slacht liggen ze vastgebonden langs de kant van de weg en dus veel meer dan krijsen kunnen ze niet doen!
Na dit ritueel lunchen we in Rantepao. En gaan naar Londa voor bezichtiging van rotsgraven en Tao Tao-beelden, die ter nagedachtenis aan overledenen worden gemaakt en in een soort galerij neergezet. In de grotten staan allerlei lijkkisten schots en scheef door elkaar, sommige zijn door de tijd vergaan en open, schedels liggen her en der evenals andere botten. Wel heel apart, vooral als je bedenkt dat sommige meer dan 100 jaar oud zijn.
In Kete Kesu, onze volgende stop, zijn hanggraven. Deze bevinden zich aan een rotswand op lange stokken. Ook hier zijn in een rots enkele tientallen tao tao.
's Avonds ga ik met Paul en Bert eten en naar de disco. Paul en Bian, de chauffeurs van de busjes, gaan met ons mee. De disco heeft maar liefst 5 verschillende plaatjes die men op volle sterkte afspeelt. Dat wordt snel eentonig en we gaan naar een andere disco en swingen daar even heerlijk op muziek van een heuse band, die vreselijk zijn best doet in een soort Engels te zingen.

Vanmorgen is er een probleem: Jozef heeft ontdekt, dat er ergens nog een begrafenisritueel is, waar men al op de 2e dag bezig is. De geplande dorpentocht kan dus niet doorgaan. Na een lange en verwarrende discussie, splitst de groep zich en ga ik met een groepje van zes naar de begrafenis en de rest gaat dorpen kijken.
In het eerste dorp, Lemo, komen we elkaar alweer tegen, want voor de begrafenis is het nog te vroeg. Verwarring bij de anderen, maar daarna scheiden onze wegen zich echt. In Lemo zien we veel tao tao in de rotswand.
Vrouwen op weg naar een crematie van de Toraja'sWij rijden weer terug naar het hotel om ons geschenk voor de begrafenis op te halen. Geen krijsend varken, zoals eerst de bedoeling was, maar een paar sloffen sigaretten en dat is heel wat rustiger in het busje!!
De ceremonie waar we komen is veel intiemer dan die van gister. Bovendien zijn we hier de enige toeristen. Buffels zijn al ritueel geslacht voor de maaltijd van die dag, varkens worden op een vuur geroosterd. Steeds meer mensen uit de omgeving komen met allerlei geschenken: tuak, rijst, varkens, enz. Door het intieme karakter lijkt het allemaal gewoner en vredelievender.
Na een paar uur vertrekken we zuidwaarts, want we willen toch ook nog wel een baby-boom zien. Dat is een boom waar kinderlijkjes in “begraven” worden zolang de kinderen nog geen tanden hebben als ze sterven. De bedoeling is, dat het lijkje weer helemaal vergroeit met de boom. Heel apart om te zien.
Terug in Rantepao komt tijdens de lunch de begrafenisstoet voorbij van de man, op wiens ceremonie we gister geweest zijn.
's Avonds bij één van de chauffeurs op visite. Via smalle steegjes leidt hij me met Paul naar zijn "huis", een kamer waar hij met nog twee anderen in woont. Als we binnen zijn, staat de hele buurt ook in de kamer om naar ons te kijken. Echt een gezellige inloop.

De volgende morgen vertrekken we voor een schitterende wandeling door de bergen en de bossen. Overal zijn kleine Toraja-dorpen. Op verschillende plaatsen staan megalieten, waar vroeger - voordat de Toraja's tot het christendom overgehaald waren - de ceremonies gehouden werden.
's Middags ga ik met Ingrid in Rantepao op pad om nog het één en ander te kopen. We kopen o.a. tuak in een stuk bamboe. Dat levert veel bekijks, gelach en goedkeurende blikken op, want men vindt het blijkbaar wel leuk als toeristen zo gek zijn om dat spul te kopen.
In het hotel later met de groep lekker geborreld met deze tuak.

Terug naar Bali

Zaterdagmorgen vertrekken we voor een lange reisdag. Na vele uren met de bus zijn we om 16.00 uur op het vliegveld van Ujung Pandang waar we om 17.45 uur vertrekken met een DC9 naar Bali. Om 21.00 uur zijn we daar weer in Hotel Agu.

Om 7.30 uur opgestaan. Vandaag gaat iedereen naar Ubud en blijf ik achter om te relaxen op het strand. Ik neem een massage en ga naar de kapper. Madi, een jongen die bij het guesthouse werkt, brengt me op zijn motor overal naar toe, dus het is echt lekker relaxen.
Als iedereen terug is uit Ubud, borrel ik met een paar om alvast het eind van de vakantie in te luiden. We eten aan de overkant: de ene helft van de groep buiten en de andere helft binnen, want die hadden het koud. Bij de afscheidstoepsraak van Obbo gaan we allemaal naar binnen en dan hoor ik plotseling roepen "Als dat Loek niet is!" en daar zit Monique, de reisleidster van vorig jaar. Dat wordt dus samen even iets drinken. De disco is nog leeg, dus gaan we naar een bar naast ons hotel. Hier heerlijk zitten babbelen over 'toen'.
Om 12 uur stopt de muziek en komen de bandleden bij ons zitten en beginnen liedjes te spelen die ik ook nog ken van de vorige vakantie. Toen hadden we op Samosir eiland een optreden van een batak-groep en deze jongens blijken ook bataks te zijn. Het wordt een heel gezellige boel met zingen, drinken en eten. Er komen steeds weer flessen op tafel, die ook steeds weer leegraken.

Maandag vertrekken we (mijn kater en ik en natuurlijk de rest van de groep) om 9.00 uur naar Denpasar voor de vlucht naar Jakarta. We checken daar opnieuw in voor Singapore waar we overstappen voor de lange vlucht - zonder tussenstop - naar Brussel. Heerlijk kunnen slapen, zodat ik bij aankomst niet zo moe ben. In Brussel landen we om 8.30 uur en moeten dan voor het vervelendste deel van de reis naar de trein. Normaal neem je op een luchthaven in een keer van de hele groep afscheid. Dat ging nu anders: bij ieder station stapt er weer een deel van de groep uit, totdat Gerrit en ik in Amsterdam als laatsten van elkaar afscheid nemen. Op dinsdag 18 augustus om 14.00 uur thuis na een mooie reis door één van de mooiste landen van de wereld.